Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antichristendom van het westelijk Europa, of tot des Heeren oude altaren, maar waarop men zijne eigene zonnebeelden heeft opgericht,] het getuigenis afgelegd worde, dat zij naakt zijn (dat zij Christus niet hebben aangetrokken) en bij al hunne Christelijke werkzaamheid en liefde dood in zonden en vervreemd van het leven des Geestes uit God in Christus Jesus. (1 Cor. 13: 1—8; 1 Joh. 3:9.) En opdat dezulken onder hen, die onder het zegel der verkiezing liggen, uit dit hun paradijs van Christelijk doen en laten en (geest)drijverij, en een vermeend het-goed-te-hebben en er-Wel-bij-te-staan, worden uitgedreven, en van den zandgrond van hun eigen loopen en willen af en naar den Rotsteen Christus gejaagd worden. (Gal. 3 : 19 en 24; Rom. 3:20; 2 Cor. 3:6.) Daarom heet het: „Waakt op, gij die slaapt, en staat op uit de dooden, en de Christus zal over u lichten!" (Ef. 5:14.) „Onderzoekt uzelven, of gij in den geloove zijt, beproeft uzelven." (2 Cor. 13:5.) „Wie den Geest van Christus niet heeft, die is de Zijne niet." (Rom. 8:5.) — En hier is de Wet een woord van macht, hetwelk doodt, maar de Geest maakt levend.

Opdat een arme zondaar, die zijne zonden met een treurend gemoed erkent, zijne onmacht recht levendig gevoele (Rom. 7:5), en opdat hij, terwijl het tot hem heet: „Bekeer u, en geloof het Evangelie, laat u met God verzoenen", aan het bidden kome: „Bekeer Gij mij, zoo zal ik bekeerd zijn! leer Gij mij wat gelooven is, — wees mij genadig [en ontferm U mijner,] geef mij handen, dat ik het aannemek, om Gij in mij, dan heb ik U! [hier hebt Gij mij, leer mij Uw welbehagen, o God!"] — En hier is het een woord, dat de hoogten ternederrukt, en Gods genade verheft.

Opdat de verootmoedigde ziel hare zaligheid geheel en al in de handen des barmhartigen Gods en Zaligmakers overgeve. En hier wordt zij, wanneer het heet: „Werkt uws zelfs zaligheid*) met vreezen en beven", zoo teeder

*) [Zoowel als elkanders].

Sluiten