Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem dagelijks te dienen, om in- en uit te gaan, en toch bij dien heer te blijven, en hem alle diensten te doen naar zijn goedvinden, de slaaf mag ook nog zoo tegen dien dienst wezen, — evenzoo, zegt Paulus, is hij onder de zonde verkocht, en der zonden slaaf, hoe dan ook tegen zijnen wil. En evenzoo hebben het ook alle heiligen van ouds'her ondervonden, en evenzoo ondervinden wij, die gelooven, het ook. Wat raad! deze harde heer zegt: „Gij behoort mij toe, in- en uitwendig, met oogen, lijf, handen en voeten en alles, wat aan u is". En verzetten wij ons tegen hem, dan geeft hij ons zweepslagen, en richt ons zoo jammerlijk toe, dat het bloed, het zweet en de tranen van het lichaam gutsen, en hij slaat ons met zijne zweep de stukken uit het vleesch; — of die heer komt ons met zachte vleiende woorden ter zijde, dat wij niet weten, wat wij doen, en zijnen wil opvolgen tegen licht en plicht in, en ook zelf zoo willen, en toch, en toch niet willen. Nademaal wij derhalve niet alleen vleeschelijk zijn, maar ook onder zulk een harden heer zijn verkocht, die den zetel zijner dwingelandij in ons hart heeft, en van daar uit alle onze leden, en alles, wat zich aan ons roert, naar kooprecht onder zich heeft, en als zoodanig met overmacht beheerschen en in zijne dienstbaarheid voortstuwen wil, zoo geve ons de Geest Gods genadiglijk dat kloek verstand, dat wij het mogen inzien, hoe wij evenwel tegen dezen tiran en tevens tegen den Satan en het vleesch het veld behouden, ook terwijl de zonde ons voert, werwaarts wij willen, en toch niet willen.

Is de Wet geestelijk, en wil zij alles uit- en inwendig geestelijk en uit den grond des harten bedreven hebben, en zijn wij tot op den bodem van ons hart met alles, wat in en aan ons is, vleeschelijk; en zijn wij als zoodanig tot niets in staat dan tot zondigen; en zijn wij zoo onder de zonde als slaven verkocht, dat wij haar, ook tegen onzen wil, naar haren wil moeten dienen; — kunnen wij ter oorzake daarvan bij de Wet niet inwonen, zonder dat de zonde, waarin wij uit hoofde van onze natuur en geboorte uit het vleesch gevangen zitten, en de tiran, die met ons opgroeide

Sluiten