Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teiten" — en op het juiste begrip en onderscheid kwam 't aan; en zoo vervolgt hij dan: „hier (in Utrecht) begrijpt mij zelfs Ludwig* niet op dit punt. O wat een vijandschap tegen Christus! Ach, wat heeft men de zonde lief. En er komt toch niemand in den hemel als op dien grond: dien Ik genadig ben, dien ben Ik genadig". In een brief aan Van Heumen (Utrecht 25 April 1834) schrijft K.: „zoo gij van Albrecht de vertaling mijner preek ontvangt, gelieve op bldz. 10 (r. 1 v. b.) de woorden: „ik ben Christus" te veranderen in: „ik ben Chris ti". Zoo staat er in mijn Duitsch; Luther zeide ergens: ik ben Christus, maar Paulus: gij zijt Chris ti". — Ook veranderde hij de woorden: „Gij, Heere Christus, zijt mijne gerechtigheid, ik daarentegen ben Uwe zonde!" en schreef: „Gij Heere Christus, zijt mijne Gerechtigheid, maar ik met al mijne zonde ben de Uwe". En dat, vermoed ik, zal wel het juweeltje wezen, waarop K. in zijn brief doelt, als hij schrijft: „Maar hij heeft nog iets in mijne preek veranderd, o dat was zoo een fijn juweeltje, dat hebben mij al wat Joden willen ontfutselen, maar zij krijgen het niet; — dat wed ik, dat gij niet vinden zult, hoewel ik, toen ik bij u was, gezien heb, dat gij het ook had aan uwen vinger. Ik heb het in een klooster gevonden; waar gij?" —Overigens werd de Heer A. door een anders zeer zachtzinnig man scherp beoordeeld; in 1832 (20 Maart) lezen we in een brief van dezen Heer aan Freule v. V. te Nijmegen: „Wie is Albrecht? een gistverkooper — en dat moest hij blijven, daar kon hij toch een waar Christen bij zijn; maar door overdreven ijver voor orthodoxie gaat hij te ver, richt hij over de denkwijze van anderen, houdt de weegschaal, en keurt alles af, wat niet precies met zijne opiniën overeenstemt. Hij is wijzer dan zijne leermeesters en kan toch nog wel wat leeren, al was het maar zijne plichten als man, om zijne goede vrouw niet te verachten, omdat zij naar zijn oordeel nog onbekeerd, en naar zijne woorden nog in handen van den duivel is; — zoo veel is zeker, hij is geen evangelisch Christen, want mist geheel en al den geest des ootmoeds, welke anderen uitnemender acht dan zichzelf. Wij missen die alle te veel, maar naarmate men zich op den voorgroqd plaatst, moet men immers oplettender zijn op de uitgangen van hart en mond; dat hij de preeken van Krummacher vertaalt en uitgeeft, is goed, maar hij moest dat getrouw

*) Ludwig was een goud- en zilversmid te Utrecht, en stond daar aan het hoofd dei Oefening, die October 1832 gewelddadig verstoord werd.

Sluiten