Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(145)

poëten in dit lant gemaeckt werden, daerin dat verscheyden vertoogen van oneerlijcke dyngen ende de namen van afgoden gedaen ende vernieuyt werden, offt men niet eenich middel soude connen bedeyncken om soodanighe schriften te verhinderen ende tegens te gaen.

N.B Zie Acta Cap. X, art. I.

2 (6dc gravamen van de classis van Zuidbeveland).

Hoe dat men best soude mogen voorcommeü de misbruycken, die in het stuck van den eet gepleecht ende bedreven werden, soo int afvorderen van den eet als dien, die se violeeren, niet te straffen.

N.B. Zie Acta Cap. X, art. II.

B (Zie hiervóór blz. 105 en 128).

Brief van den kerkeraad van Bergen op Zoom aan de Synode te Tholen d.d. 1638 Maart 24.

Edele Mo: Heeren, Mijn Heeren van den fiaide, Eerweerdige, Godvruchtige, Welgeleerde, Yoorsienige, Zeer discrete Medebroeders,

Onse kercke — spreeckende van gevoelen — hadde door hare gedeputeerde totten classe van Thoolen doen inbrengen dit navolgende gravamen :

//Off een classe sulck eene autoriteyt ende heerschappye heeft over eenige kercke, dat sy hare verkiesinge van een predicant mach annulleren ende deselve tot een andere constringeren sonder eenige reden te geven van hare annullatie."

Ende alsoo sy verstaet uut het rapport van de voornoemde gedeputeerde, dat het E. classe gelieft heeft dit gravamen uut te monsteren ende te supprimeren, heeft sy in alle manieren nodich geacht hetselve den E. Synodo voor te stellen ende met eerbiedinge te versoecken , dat daerover mach werden gedelibereert ende dienvolgens geresolveert, het daervoor houdende, dat het geseyde gravamen is van ymmers zoo grooten gewichte Archief 1909. 4

Sluiten