Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERBOND EN KERK.

I. Onderstelt alle in-zijn in het Verbond, de Wedergeboorte ?

De Friesche Kerkbode no. 994 zegt aangaande het eerste van ons drietal geschriften („De Uitverkoren Kinderen Wedergeboren, Eisch des Verbonds?"): „Onzes inziens is hij echter niet geslaagd in het bewijzen van de stelling, dat de wedergeboorte geen eisch is voor het zijn in het Verbond."

Dat de wedergeboorte geen eisch is voor het volle, of geestelijke zijn in het Verbond, dit hebben wij niet willen zeggen, en ook niet gezegd. Integendeel wij hebben het tegenovergestelde uitgesproken. Alleen dit hebben wij gezegd, dat er een zeker zijn in het Verbond is naar de H. Schrift, zonder oogenblikkelijke wedergeboorte, en zelfs geheel en al zonder wedergeboorte, zoodat er uit een zijn van de kinderen in het Verbond, op en voor zichzelf, nog niet voort vloeit, hun wedergeboorte. Dit zou er uit voortvloeien, indien geleerd werd dit: dat de kinderen in het Verbond zijn, dit bedoelt immer het volle, het geestelijke, het verborgen zijn in het Verbond.

Er is toch naar de Schrift, een zijn in het Verbond en een deelhebben aan de beloften enz., Rom. 9 : 4, dat slechts betrekkelijk is, of in zeker opzicht en tot zekere hoogte, daar het hoewel ter eener zijde wérkelijk bestaande, toch ter anderer zijde, n.1. in geestelijk opzicht, niet bestaat.

Ook onder het Nieuwe Testament, vloeit uit een deelhebben naar het uitwendige, aan Doop en Avondmaal, nog

Sluiten