Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Is het uitwendige, het officieele en rechte?

Wij wenschen nog de aandacht te vestigen op iets, dat wij vonden in de Friesche Kerkbode No. 1033. Aldaar lezen wij dit: „Indien wij maar niet uit het geheele geschrift van Ds. Diermanse den indruk kregen, dat hij het „„uitwendige", het „tot zekere hoogte", het „in betrekke„iijken zin", het „eenigszins" in-zijn in de Kerk of in het „Verbond, voor het „officieele" en rechte hield, dat nog „wel „verdiept" kan worden, maar ook zonder die „verdieping" iemand rechtens in de Kerk en in het Verbond „doet zijn .. .

De gedachte is dus, dat wij het „eenigzins" of „tot zekere hoogte" of „in betrekkelijken zin" in Kerk en Verbond zijn, houden voor het officieele en rechte, al is het dat dit nog wel verdiept kan worden. Die verdieping heeft dus in de Kerk zoo weinig beteekenis, dat zonder dit, iemand het officieele en rechte wat betreft het lid-zijn kan bezitten.

Dit is ons evenwel zoo weinig het „rechte", dat wij zoo iemands lid-zijn van Kerk en Verbond, als bloot „uitwendig" kwalificeeren, en als „tot zekere hóógte" bestaande, en slechts „in betrekkelijken zin", en „eenigzins". Dus juist nog niet het rechte, maar er nog maar de uitwendige vorm van. Erkend wordt alzoo, dat hier nog niet het ware wezen van het lid-zijn is, niet het ware, maar slechts het betrekkelijke.

Maar het is u toch „het officieele", zoo zal men zeggen. Wat zullen wij hierop antwoorden? Het is het officieele

Sluiten