Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Het Uitwendige, niets?

Hollandia No. 956 komt op tegen ons geschrift „De Uitverkoren Kinderen Wedergeboren, Eisch des Doops?" Wij wenschen hier alleen de aandacht te vestigen op deze uitspraken: dat het bij den schrijver er van alles „even dor, formeel en uitwendig" is, en „Het uitwendige is zonder het innerlijke geestelijke levende werk Gods niets en minder dan niets."

Het uitwendige is dus zonder het innerlijke, geestelijke, levende werk Gods niets, en minder dan niets. Wij begrijpen dat niet recht. Door het uitwendige is het toch, dat de Heere Zijn Kerk bouwt en sticht. Ja, Hij doet dit wel door hetgeen verborgen is, n.1. door Zijn genade en Geest, maar Hij zendt deze in en door het uitwendige, het uitwendige Woord, het uitwendige sacrament, het betrekkelijk uitwendige, of historische geloof.

In ons derde geschrift in zake het leergeschil in onze Gereformeerde kringen, getiteld: „De Uitverkoren Kinderen Wedergeboren, een leer niet overeenkomende met andere Schriftwaarheden", hebben wij de kracht en beteekenis van het Woord, uitwendig komende, aangetoond. Dit uitwendige, al paart er zich ook niet dadelijk zaligmakende genade mede, is meer dan iets blóót uitwendigs; is de uitwendige vorm, waaronder het Woord Gods, de Naam van God Drieëenig, het Evangelie, tot de menschen komt, welk Woord, Naam en openbaring niet kan gedacht worden zónder den H. Geest. Waar dat uitwendige is, daar is God, daar is de H. Geest met Zijn genade in Christus. Daarom

Sluiten