Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot ons oor, wij hoor en Zijn geluid. En door den Doop treden wij gansch i n in Zijn licht, om nu voor ons leven daarin, n.1. in dien Naam, te hebben ons element, waarin dat leven alleen wèlvaren kan.

Want zoo is het: door onzen ingang in de Kerk aanvaarden wij den Naam, de openbaring Gods des Drieëenigen, als het licht en element van ons gansche leven, genomen zoowel in zijn gansche breedte als lengte. Daarin treden wij dus in, worden daarin overgeplaatst door onzen Doop en overgang tot de Kerk. Zoo doen wy waarlijk door onzen Doop, al blijft hij maar uitwendig, reeds den Heere Christus aan. Niets minder.

Alles uitwendig, dor en formeel, dood en doodelijk, zegt Hollandia. Neen, zeggen wij niet dat. Maar de houding in het hart, van hen die het hemellicht slechts voor hun uitwendig zijn aanvaarden, en den Heere Jezus niet ook hun innerlijkst zijn geven. Want het is zoo weinig „niets en minder dan niets", dat het volle rijke Evangelie van hunne hand zal g e ë i s c h t worden. Maar wat zal blijken ? Dat zij het bloed van den Zone Gods waardoor zij g eh e i 1 i g d waren, vertreden hebben, in overeenstemming met hetgeen wij lezen b.v. in Hebr. 10 : 29. Het Verbond en Zijn genade, — zij zullen ter verantwoording geroepen worden, wat zij daarmede gedaan hebben! Want datgene dat bij hèn slechts formeel, of in den omkring des levens, blijft hangen, dat is den anderen naar den verborgen mensch het leven en eeuwigen vrede.

Zoo erkennen ook wij terdege een unio sacramentalis, een unio van het bloot uitwendige met het verborgene, met het geestelijke, met de zaligmakende genade en den H. Geest, bestaande in het wezen der zaak èn bij het hoorbare Woord èn bij het zichtbare, n.1. het sacrament.

Deze objectief bestaande unio kan evenwel alleen tot zaligheid werken door het geloof. Alleen dus wanneer de openbaring Gods zooals zij uitwendig tot ons komt, dat is hoorbaar en zichtbaar, met het geloof wordt gemengd;

Sluiten