Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„bestaan van den geloovige plaats vindt, waarvan hij op „dat oogenblik zich niet bewust is," wat staat hem nu in „den weg om de mogelijkheid bij een jong kind te erkennen?

„De groote moeilijkheid voor den schrijver om de gedoemde stelling te aanvaarden is echter hierin gelegen, „dat daarbij „aan stoffelijke en bloot uitwendige handelingen geestelijke en zaligmakende werkingen" moeten „worden toegekend. Ook hier worden teeken en beteekende „zaak gescheiden, aan het verband tusschen die twee geen „objectieve werkelijkheid toegekend, en dus het objectief „bestaan van het Sacrament aangetast."

En verder lezen wij in dit no. aldus: „De Schrijver rede„neert veel, maar verliest o. i. uit het oog, dat God zelf „tusschen het zichtbare en het onzichtbare een band gelegd „heeft, eene unio Sacramentalis heeft daargesteld, „krachtens welke in het Avondmaal het woord gesproken „werd: „dat is m ij n 1 i c h a a m", en in den Doop gezegd „wordt: „Ik doop u in den Naam des Vaders „en des Zoons en des H. Geeste s."

„Ook in de laatste paragraaf, waar de schrijver zich ver„dedigt tegen de beschuldiging, dat hij, de onderstelling „der wedergeboorte wegnemende, aan de geloovige ouders „bij het verlies hunner jonge kinderen den troost rooft, „trekt hij zich evenzeer op het terrein „van het subjectieve terug."1)

Ten slotte zij, om het hier zich uitsprekende standpunt volkomen toe te lichten, nog gewezen op een woord van Prof. Bavinck, ook aangehaald door de Friesche Kerkbode: „Daarom is God in Christus door den H. Geest de eenige „insteller maar ook de eenige uitdeeler van het „sacrament. Alleen dat sacrament is het ware, dat „door God zelf bediend wordt. ') Het is Christus zelf, „die in zijne kerk doopt en avondmaal houdt." Christus is „de eenige bedienaar van het sacrament, al is het dat Hij

') Deze spatieering is van ons.

Sluiten