Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoten, die het zich een eer rekenen discipelen en volgelingen te zijn, moet spreken over een arbeid, die voortgezet wordt."

Er was geen gelegenheid het gesprek voort te zetten, laat staan tot de confidentie te komen, die juist toen mijne gansche ziel vervulde.

Als men iemand zoo in den eersten persoon laaf zeggen: „Exegi monumentum aere perennius",* dan buigt men eenvoudig het hoofd en zwijgt. Ik kan mij echter voorstellen, dat ik onder andere omstandigheden ongeveer het volgende zou hebben gezegd:

Zeer waarde heer! Ik heb dertig jaren gewandeld op een weg, waar niet één mijner vrienden één enkelen voetstap heeft gezet. Ik heb het ook niet verlangd, tenzij geheel uit eigen beweging, in de vreeze Gods, uit gehoorzaamheid aan Zijn Woord alleen.

Men verhaalt van koningin Sophie, dat zij zich persisch liet leeren om den Shach uit beleefdheid in zijne moedertaal aan te spreken, maar na haar toespraak den Hoogen Heer zich tot den tolk zag wenden, om te vernemen wat zij gezegd had. Zij moest ervaren, dat er ook nog een kwestie van accent is.

Het is ook een groote vergissing als men meent, dat een zendeling onder de heidenen zijn christelijke denkbeelden verstaanbaar kan maken, eenvoudig omdat hij de taal van dat volk grammatisch heeft aangeleerd.

Daartoe is veel meer noodig.

De maitri (wezensliefde) van den buddhist is geen liefde zooals Gods wet die eischt; en de hemel van den mohammedaan is een verblijf van zingenot, waar beekjes klateren en bloemen geuren, en de Hourïs haar vrouwelijk schoon vertoonen, en zoo is er meer.

Dat alles geldt eveneens van de christenen onderling.

Meer dan gij vermoedt.

In Efez. I : 19-23 wordt gezegd, dat de verrezen Christus gezet is aan Gods rechterhand in den hemel, tot een Hoofd

* Ik heb mij een gedenkteeken opgericht, dat de eeuwen verduurt.

Sluiten