Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet te mooi om mee te knikkeren, in een woord, een jongen om te stelen — voor een onderwijzer althans.

„Dag vrind!" „Dag Meester" „Hoe heet je?" „Gerrit, Meester''. „Hoe oud ben je?" „Zes jaar, Meester". „Ben je blij, dat je school komt?" „Nou Meester, of ik !"'t Gesprek wordt plotseling afgebroken, want op het schoolplein komt een oploop van jongens, en een gillend schreeuwen klinkt boven alles uit. De onderwijzers gaan naar de voordeur en vinden daar een man, die onder den arm een schoppenden, zwaaienden schreeuwenden bengel ter schole brengt, 't Is het product van Trijntje's zwakke liefde, die zoo menigmaal in het laatste jaar hoorde: „Ik zal blij zijn, als je naar school gaat, want de Meester zal je wel klein krijgen", zoodat de arme jongen niet zonder reden zoo erbarmelijk schreeuwt, want, werkelijk, als hij er van wist, zou hij zeker meenen, dat de Inquisitie gereed stond en de pijnbank hem wachtte.

Tot bij de school was het tamelijk goed gegaan. Dichtbij stond een bij het onderwijzend personeel slecht befaamde kinderkroeg, die reeds goede kennis van ons Gerritje was. Met een paar centen in de knuisten had hij zich daar aan Vaders hand voorzien van een lang stuk drop en een stuk gemeene kalksuiker — maar nu sloeg hem de schrik om 't hart. Trouwens, toen Vader weg was, bedaarde het ventje wat en konden de onderwijzers beproeven nadere kennis te maken. Ze hadden elkaar al eens bedenkelijk aangekeken, en thans kon het onderzoek beginnen.

„Zoo, vriendje kom eens hier, laat me je gezicht eens afvegen. Zie, zoo! Vertel me eens, hoe heet je?" ,,'kMoet naar huis!!!" „Ja, straks gaan we allemaal naar huis; niet schreeuwen hoor, dat doen we hier niet, kijk maar naar de andere jongens. Zeg eens, hoe heet je? „Moedèrü 'kMot naar huis!!!"

Wat te beginnen? Door ervaring geleerd, pakt de onderwijzer hem ten slotte onder de armen, zet hem stevig in de bank tusschen een paar andere jongens, en zegt kort en bondig: „Zie zoo, nu is 't uit". Dat helpt. Na wat snikken komt Gerritje tot bedaren en de school kan beginnen, 't Schijnt nu in Gerrits oog toch zoo'n moordenaarshol niet te zijn, als hij meende, en eer een half uur is verloopen, bevindt hij zich vrij wel op zijn gemak.

Nu kan 't onderzoek beginnen. „Kom, geef me eens een hand".

Sluiten