Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestiging? Was ze niet een levende verkondiging door de verlichtende werking van den H. Geest in de harten der geloovigen? Beeldde het badwater des Doops, dat telkens gesprengd wordt, voor u niet af het bloed der verzoening, dat vloeit uit den geslagen Rotssteen Jezus Christus tot wassching van u en uw zaad ? Hebben we niet bij brood en beker onze zielen gevoed door den H. Geest met de 'honig en de olie der genade, die bij overvloedige beken uit de Steenrots vloeien? Heeft uw God u niet gedekt, bij koude of bij hitte, als uw Schuilplaats of uw Schaduw aan uw rechterhand? Zijt ge in uw God, als uw woning, niet geleerd van den goeden strijd des geloofs tegen alle booze macht? Was er ooit één dag, dat de Steenrots ons niet volgde, het water ontbrak, onze God niet getrouw was, ook al zag uw oog het niet altijd?

Ja, ook al zag het niet steeds ons oog! Het kwam immer op gelooven aan, en waar het geloof werd gemist, daar blonk de naam des Heeren in u niet uit, daar worsteldet ge in het bedriegelijke zand, daar zweeg de aanbidding in uw hart. Daarom moest onze dienst steeds zijn een bewegen tot het geloof. En daarom is ook nu nog onze laatste prediking een bidden van Christus' wege, of ge toch den Rotssteen uws heils niet mocht versmaden en uw God niet liet varen, die u gemaakt heeft, opdat niet, gelijk het weleer was, God in het meerendeel van ulieden geen welgevallen zou hebben. Zoo iemand door schuldig ongeloof „zijn aangezicht harder zou maken dan een steenrots en zou weigeren zich tebekeeren," de Rotssteen des heils zou hem worden „een Rotssteen der struikeling en een steen des aanstoots." o, Mijn geliefden, medepelgrims door de woestijn, gij kunt de Steenrots niet missen of het zou ten doode zijn! Wee het Zion Gods, wee die ziel, die te midden van de dreigende gevaren den Rotssteen versmaadt! Met elk jaar, met eiken dag klimt de nood, en alleen dan geven wij u vertrouwend in den schoot der toekomst over, zoo uw vertrouwen is op den Heere onzen Rotssteen en op zijn werk dat volkomen is. Alleen dan zal uw arme ziel gelaafd, wanneer ze den woestijndorst kent van den waren Zioniet, die, gelijk een hert schreeuwt naar de waterstroomen, en wiens ziel dorst naar God, naar den levenden God ..., want hij is de Rotssteen, wiens werk volkomen is.

Sluiten