Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegelaten. Door deze toelating scheen men zich tegen de stemmen, die niet alleen in ons land, maar ook van elders vernomen werden, te kunnen verantwoorden. In andere landen begon men te begrijpen wat te denken was van de hoog geroemde Godsdienst- en gewetensvrijheid her Nederlanders. Wie niet moedwillig de oogen sloot voor hetgeen reeds eenige jaren had plaats gegrepen, moest wel erkennen, dat bij al het geroep over vrijzinnigheid en verlichting, de roem van vele eeuwen werd verduisterd, en dat Nederland, door de vrijzinnigheid van die vrijzinnigen en door de verlichting van die verlichters, tot eene aanfluiting der volken werd gemaakt. Inderdaad, de aanvrage van de gemeente te Utrecht, en de navolging van anderen, was aan de Regeering des lands uitnemend te stade gekomen, om een schijn van recht bij velen te bewaren. Het weigeren evenwel van erkenning van zoovele gemeenten, toonde niet slechts de ware gezindheid der machthebbenden, maar dreigde met voortdurend gevaar en wellicht meerdere verdeeldheid.

Maar eene gewichtige gebeurtenis bracht groote verandering te weeg. Koning Willem I deed, 7 October 1840, afstand van de regeering. Onverschillig zag de natie het aan, toen de vroeger zoozeer toegejuichte Vorst het land verliet en elders zich vestigde. Na met eene Belgische en Roomsche gravin in het huwelijk zich verbonden te hebben, is Willem I den 12den December 1843 te Berlijn overleden.

Aanstonds, toen Willem II de regeering had aanvaard, ondervonden de Christelijke Gereformeerden de toegenegenheid des Konings. Deze Koning wilde niet, gelijk hij zijnen ambtenaren liet aanschrijven, dat zijn krijgsmacht zou gebruikt worden om Christelijke Afgescheidenen te vervolgen. Ook is, toen iemand, door de rechtbank tot boete veroordeeld, hiervan den Koning bericht gaf, het geëischte door Zijne Majesteit betaald, en, ofschoon Willem II de scheiding niet goedkeurde, toch is door hem het bekende Besluit van 5 Juli 1836 zoo gewijzigd, dat de kwellingen en moeilijkheden van vele plaatselijke besturen, die door de gemeenten

Sluiten