Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts een oogenblikje in te denken in het mogelijke geval, dat zij zeiven eens geroepen konden worden om met hun eigen verkeerdheden — want die hebben allen (homines sunt) — voor het front te komen."

Misschien heeft zij echter nog niet begrepen, dat ik, deze woorden neerschrijvend, óók aan haar, ja vooral aan haar, gedacht heb ! En nu zij zich verbeeldt na eenige weken zwijgens op nieuw het air te mogen aannemen, alsof juist zij gerechtigd zou zijn (blank als een duive) in den rechterstoel plaats te nemen tegenover den beschuldigden Staatsman, voor wien bij haar geen pardon te wachten is, nu meen ik mij wat minder algemeen te moeten uitdrukken, hopende daarna voor goed en door ieder begrepen te zullen worden.

Eerst zal ik met een paar vragen beginnen, en dan zal ik er een paar „feiten" aan toe voegen.

Gesteld, er werd in het Handelsblad een financieel bericht opgenomen, hetwelk ten gevolge had, dat het geld van tal van lichtgeloovigen in minder dan geen tijd terecht kwam in de zakken van een paar gladakkers, hoe zou het den heer Boissevain dan wel te moede zijn, als er gezegd werd: dat was niet enkel gevolg, maar ook . . . doel? Hoe zou hij het vinden als dan dag aan dag, week aan week, maand aan maand, ondanks zijne betuiging: „wij zijn er in gevlogen", herhaald zou worden, wat hij, tot verveling van bijna al zijn lezers, telkens weer Dr. Kuyper voor de voeten durft te gooien ?

Geef antwoord, mijnheer Boissevain, ik doe U een paar ronde vragen.

En nu de „feiten".

In het jaar 1906 was een vruchtenkoopman hier ter stede geïnteresseerd bij een krentenconsortium, dat ... . „stikvol" krenten zat, en dus naar afnemers haakte. In die dagen (2 Nov.) verscheen er in het Handelsblad een „medische kroniek', waarin de lof der krenten gezongen werd ; er werd in verteld, dat krenten bijna uit niets anders dan „voedsel bestaan ! Er stond : „zij zijn genoegzaam geheel vrij van onverteerbare bestanddeelen" .... „niet alleen de inhoud van het vliesje is, tot op een kleinigheid na, geheel in water oplosbaar, maar óók dat vliesje wordt in de ingewanden vrijwel geheel verteerd" (als het waar was, dan zou dus de exacte waarnemer, die het woord „krentek..kker" - men permitteere mij deze uitdrukking om zakelijke redenen — het èèrst gebruikte, gelogenstraft zijn !)

Eerst begreep ik niet, waar de vaste medische medewerker van het Handelsblad (een hoofdinspecteur van de volksgezondheid) deze onwetenschappelijkheden vandaan had gehaald, want in geen enkel „wetenschappelijk' werk waren zij te vinden ! Maar eindelijk kwam ik er dan

toch achter; hij had ze van den vruchtenkoopman ! Deze had

nl. zélf een wetenschappelijk bericht opgesteld of over laten schrijven (met den titel „iets over volksvoeding") waarin waardeerend gesproken werd over „het streven" van sommigen, die gemeend hadden „voor de breede lagen van wat men „het volk" noemt een voedingsmiddel te vinden, dat aan de voornaamste eischen voldoet en tevens in het gebruik een bezuinigingsmiddel blijkt te zijn" ; en nu bleek de keuze van

Sluiten