Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterren met zijn oog te omvatten. Van zijn verstorven lichaam kon, zoo meende hij, wel is waar geen zoon meer voortkomen, maar de sterren tellen, neen, dat kon hij nog veel minder; en God, Die hem de belofte van een' zoon gegeven had, God had toch al deze sterren gemaakt! Hoe? gemaakt? Wel, in één oogenbiik had Hij in Zijn woord al die sterren in het aanzijn geroepen, en ziet, zij stonden aan den hemel! Toen werd Abram geheel verslagen over Gods liefde, geduld, genade en macht. De groote almachtige God had in Zijne ontferming, — Hij is immers gedachtig daaraan, dat wij stof zijn, — hem niet ter aarde geworpen, hem niet in toorn over zijn ongeloof te niet gemaakt, hem niet ter helle verwezen. Ofschoon Abram tegen Gods genade als 't ware protesteerde, en meende, dat zoo iets hem niet meer ten deel kon worden, dewijl er immers in hem in het geheel niets meer was, zoo had God evenwel niet met hem gedaan naar zijne zonden, noch hem vergolden naar zijne overtredingen; Hij had hem veelmeer te verstaan gegeven, dat, ofschoon het bij hem geheel hopeloos was, Hij nochtans, de almachtige God, hetgeen Hij gesproken had nog wel bij hem kon doen komen, en Hij het beloofde zaad ook wilde doen voortkomen, ja, zelfs in zulk eene ontelbare menigte, als der sterren des hemels.

Toen nu Abram dat woord des Heeren in zijn binnenste vernam: „Zie nu op naar den hemel en tel de sterren, indien gij die tellen kunt", toen is het hem als een lichtstraal van genade door de ziel gegaan: Groote God, welk een God zijt Gij toch! Neen, Gij verplettert mij niet vanwege mijne zonden, Gij overdekt mij met Uwe genade; Gij hebt mij met zulk eene macht Uwer genade en heerlijkheid overreed, dat ik overreed ben geworden. — En toen de Heere daarop liet volgen: „Alzoo zal uw zaad zijn", dacht Abram: Welaan, het zij zoo, niets uit mij, alles uit U, ja amen, waar is zulk een God als Gij! Dat is het nu juist wat geschreven staat: „Abram geloofde den Heere"; en daaraan, dat Abram eindelijk erkende, dat het alles aan de macht Zijner genade en heerlijkheid hangt, heeft de Heere zulk een welgevallen

Sluiten