Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelte des kerkeraads. En nu begon de kerkelijke commissie in Amsterdam, belast met het beheer der kerkgebouwen (de Herv. gemeente in die stad heeft sinds lang vrij beheer) zich te verontrusten hoe het dan met de kerkelijke goederen zou gaan. En zij diende aan haar lastgever, den kerkeraad, een voorstel in, om deze te laten beslissen of, indien de kerkeraad geschorst werd, waar en omdat deze zich hield bij Gods Woord, de kerkelijke commissie zich moest houden aan de besluiten der geschorsten, of aan de zijde der overblijvenden. De kerkeraad besliste in eerstgenoemden zin. Dat gedeelte des kerkeraads dat zich hield aan Gods Woord, moest voor den wettigen kerkeraad geacht worden. De kerkeraad kon niet anders besluiten, en de commissie mocht, voor Gods aangezicht, wat haar aanging, de kerkelijke goederen niet in andere handen overgeven. Anders te besluiten of te doen zou lafheid en verraad geweest zijn. En te meer nog moest de kerkeraad de commissie alzoo instrueeren, waar anders te handelen allicht zou zijn een medewerken, dat de goederen der Kerk misschien in handen kwamen van een kerkelijk bestuur doende wat des kerkeraads is, langs welken weg de gemeente te dier stede kon beroofd worden van haar vrij beheer. Bij een uiteengaan kon dan later volgens rechterlijk vonnis aan elke partij een deel der goederen toegewezen worden.

Nog op een ander punt willen wij wijzen. „Toen nam", zoo gaat Ds. Stigter op bladz. 111 voort „de Kerkeraad, gelijk het heette, „de reformatie ter hand. Op een vergadering te Amsterdam, waarop „ook vele afgevaardigden uit andere gemeenten, werd onder de „geestverwanten het besluit genomen, om niemand in de gemeente „toe te laten, die geen instemming wilde betuigen met de „3 Formulieren van Eenigheid. De Gereformeerde belijdenis, alsof „het een reglement ware, werd hier alzoo tot een accoord van „kerkgemeenschap gemaakt; m.a.w. zij gingen uit van de gedachte: wie de gereformeerde belijdenis aanvaardt, behoort tot „de Gereformeerde Kerk; maar onze geref. belijdenis zelf leert „ons wat anders, n.1. dat men lid van de Kerk is door geboorte „en H. Doop, dus vóórdat men de belijdenis aanvaardt of kent."

Nu was de bedoeling natuurlijk slechts, dat niemand toegelaten zou worden tot den kring der belijdende gemeente, en dus tot de Tafel des Heeren, dan die de drie Formulieren van Eenigheid aanvaardde. Dit was zeker een onvervalschte manier om hen die de gezonde Geref. leer aanhingen, kerkelijk te vereenigen. Ook anderen nog tot de Tafel des Heeren en den kring der belijdende en mondige lidmaten toe te laten, dit was juist de groote kwaal

Sluiten