Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 118: 7, 8.

De Heer is mij tot hulp en sterkte,

Hij is mijn lied, mijn psalmgezang;

Hij was het, die mijn heil bewerkte,

Dies loof ik Hem mijn leven lang.

Men hoort der vromen tent weergalmen Van hulp en heil, ons aangebracht!

Daar zingt men blij met dankb're psalmen Gods rechterhand doet groote kracht!

Gods rechterhand is hoog verheven,

Des Heeren sterke rechterhand

Doet door haar daan de wereld beven;

Houdt door haar kracht Gods volk in stand.

Ik zal door 's vijands zwaard niet sterven,

Maar leven; en des Heeren daan,

Waardoor wij zoo veel heils verwerven,

Elk, tot Zijn eer, doen gadeslaan.

„De verklager onzer broederen, die hen dag en nacht verklaagde voor onzen God, is ternedergeworpen.

Gel.! Dit getuigenis is Evangelie, een troostvol en heilrijk woord voor den door schuldbesef getroffen en verslagen mensch „wiens geweten hem beklaagt, dat hij tegen al de geboden Gods zwaarÜjk gezondigd en geen derzelver gehouden heeft en nog steeds tot alle boosheid geneigd is". De duivel wil hem verderven, maar de Heere Jezus Christus zal hem behouden. Ziet, de duivel wil zijn recht op Gods uitverkorenen handhaven, een recht, dat hij in zooverre op hen heeft, als zij moedwillig zich overgaven om zijn wil en begeerte te doen, en God en Zijn gebod lieten varen. En daarom, waar God hen uit zonde en dood verlossen wil, treedt Satan tegen hen op met zijne aanklacht, dat zij onrein en verwerpelijk zijn, en zóó wil hij hen in zijne helsche macht houden. Daarvan kreeg de profeet Zacharia een gezicht, als hij den hooggepriester Jozua voor het aangezicht van den Engel des Heeren zag staan, en de Satan stond aan Zijne rechterhand om

Sluiten