Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doopte, ook als de ouders niet zelf, maar „dorch andere hare kinder ter döpe schicken".

Eigenlijk doopte men letterlijk alles, als er maar behoorlijke getuigen bij waren. „Soo sal men — aldus besloot bijv. de Geldersche synode van 1 627 — ook Doopen een Kindt, waar van de Vader gansch onbekent, ende de Moeder nog niet seekerlyk ge-openbaart is, wanneer het getuygen ten Doop brengen, die in plaatse der Ouderen aannemen te doen, 't geene by den Doop gevraagt wert" !)Ook in Friesland werden „kinderen, welkers Ouders onbekent zijn, en niet geweten word van waar zij koomen, en of zij van de Religie zijn", gedoopt, mits „van de zodanige gepraesenteert, die op de afvraaging in het Formulier des Doops begreepen, antwoorden en de Leere toestaan" "). En in Maart 1715 besloot de classis van Utrecht ten opzichte van „een Vondeling, 't welk men niet weet, of 't uijt Joden of Christenen gesproten, en gedoopt sij of niet; ... dat de Doop aan so een kind mag bedient worden, mits dat die van den Geregte (dewelke dat kind ter opvoeding hadden aangenomen) sorg droegen voor de opvoeding in de Christelijke Gereformeerde Religie" ).

Een eigenaardig geval werd in 1617 door de Geldersche Synode behandeld. In hare Acta lezen wij nl. het volgende: „Wort gevraecht, hoe sich een kerckendienaer houden sal, indien enige lantlopers, die sich Heydenen noemen, begeeren haere kinderen in de Gereformeerde kercke te laeten doopen? Resp. Dewijl susdanige lantlopers gene onchristenen maer meestendeels christenen, jae oock enige derselffsten lantsaten syn, soo sal men goede achtinge geven, off die olders selffs gedoopt sijn ende off oock die kinderen tevoren ergens waer anders gedoopt syn. Indien het eerste jae, ende het ander neen bevonden wert ende die olders

*) J. Smetius, t. a. p. blz. 120.

2) Compendium der Kerke 1. wetten van Vrieslnnd, blz. 146.

3) Christ. de Kruyff, Utrechtsch Classicaal Handboekje, z. p. 1793, blz. 90.

163

Sluiten