Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zich genomen taak ook vervulden '), gelijk in 1 578 ook de nationale synode van Dordrecht besloot 2). In verband daarmede vinden wij nu, achter de Deux-Aas-bijbels van 1590 en 1599 in het gewone formulier de derde vraag, eenigszins gewijzigd, alleen tot de vaders gericht, waarop dan deze vermaning tot de getuigen volgt: „Voorts gelijckerwijs een yeder christen van wegen der liefde schuldich is zijnen naesten, so jonck als out, totter godsalicheyt te vermanen, also wil ic principalic u luyden, die als getuygen staet over den Doop van dit kint, gebeden ende vermaent hebben, dat ghy tsehr int opwassen wilt helpen stieren in de weghen des Heeren, op dat het zijnen Doop recht mach beleven".

Blijkbaar heeft het nog al moeite gekost het doen van vragen in alle gemeenten ingevoerd te krijgen. Op de Zuidhollandsche synode van 1597 werd medegedeeld, dat te Gouda „in de plaetse van affvraginghen voor den doop simpele vermaninghen ghebruyckt werden" 3). De afkeuring daarvan door de synode werd niet gedeeld door hare Friesche zuster van 1609, daar door deze „belangende die drie vragen, die bij die bedieninge des doops gelesen ende voorgeholden worden, oft die juijst alle drie van nooden zijn, is besloten, dat het niet nodich geacht wordt deselwe juijst alletijt vraegswijse voor te stellen, maer dat nochtans het fundament derselwen beholden worde, leerenswijse deselve voorstellende, nae dat de stichtinge van een jegelick kercke ende gemeinte tselwe best zal vereijschen" i). Te Kampen lieten de Remonstranten in 1612 het doen dezer vragen na en in 1615 waren zij in dezen nog niet veranderd. De synode van Overijsel keurde dit af, maar schijnt er niets tegen te hebben kunnen doen 6). Eigen-

') Reitsma en van Veen, Acta. II, 136, 137 169

2) Rutgers, Acta. blz. 249, 250.

3) Reitsma en van Veen, Acta. III, 85, 106.

4) Reitsma en van Veen, Acta. VI, 183, 184.

6) Reitsma en van Veen, Acta. IV, 290, 294, 307.

168

Sluiten