Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het „Non bis in idem" legt mij een moeilijke taak op. Een zelfde onderwerp niet tweemaal op gelijke wijze behandelen, zoo men meermalen er over moet spreken, is een zware eisch. Gelukkig leert ons de natuur, dat een herhaalde drop ook zijn uitwerking heeft, zonder dat aan den vorm, verschillende eischen worden gesteld, terwijl de historie verhaalt, hoe het „Carthago moet verwoest worden", niet zonder gevolg is gebleven. Geschiedenis en ervaring geven mij dus moed en worden soms al oude argumenten bijgebracht of voorstellingen gegeven, die niet nieuw izijn, 'k hoop, dat ik niet al te zeer vermoei, maar dat ook deze zwakke poging mag bijdragen tot 't welslagen dezer vergadering, die beoogt den bloei van ons schoolwezen, meer bepaaldelijk van ons Christelijk onderwijs.

Als onderwerp staat op 't agendum:

„De opleiding tot onderwijzer in de naaste toekomst." En waar Bilderdijk reeds zong:

In 't verleden ligt het hedeln,

In 't nu wat worden zal,

daar zal ik én op de geschiedenis én op den tegenwoordigen toestand moeten wijzen om voor de toekomst iets uit te stippelen. En is 't onderwerp algemeen gesteld: „de opleiding tot onderwijzer," we stellen 't meest belang in de vorming van hen, die onze kinderen mede zullen opvoeden tot menschen Gods, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. We stellen er belang in, omdat 't Christelijk Onderwijs de liefde heeft van ons hart. Niet omdat het onze zaak en onze eere is, maar Omdat het 's Heeren zaak en Zijn eere alleen- is. Het Christelijk Onderwijs toch is een hoofdstuk der wegen Gods. Dat toont ons de geschiedenis: der laatste zestig jaren.

In 1851, we doen even een paar grepen, werden te Uithuizen pogingen aangewend ter verkrijging eener bijzondere school. Men vroeg autorisatie, doch alle lagere en hoogere autoriteiten,

Sluiten