Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van anderen, en kweeken of verstarken in hen dien kinderzin, welke als een der onmisbaarste vereischten van eenen onderwijzer der jeugd moet aangemerkt worden."

Verder lezen we in 't zelfde bericht:

„Doch door hun onderwijs te geven en schoolonderwijs te doen zien zou er slechts op eene zeer onvolledige wijze voor de opleiding van onderwijzers worden gezorgd; de kweekelingen moeten ook deelnemen in het dadelijk onderwijzen, en langzamerhand moeten zij moeilijker practische werkzaamheden verrichten, en meer op zich zeiven leeren staan, teneinde alzoo trapsgewijze voorbereid te .worden voor hunnen gewichtigen werkkring." Tot zoover de aanhaling. Zoo dacht men er voor meer dan zestig jaar reeds over en ik meen, dat wij in dezen goed doen naar den raad der ouden wat meer te luisteren. Mr. J. L. A. Salverda de Grave schreef voor 25 jaar in zijn academisch proefschrift: „Het Lager Ondierwijs in Engeland"; „Maar afgescheiden hiervan is het Engelsche systeem uitnemend, vooral omdat het de stelling huldigt, dat eein onderwijzer niet in de eerste plaats wetenschappelijk man, maar paedagoog mo;t zijn en hiervoor is practische oefening onmisbaar, onverminderd natuurlijk de noodzakelijkheid van persoonlijken aanleg. In Engeland houdt, den geheelen leertijd door, de practische oefening der onderwijzers met de theoretische gelijken tred; niet alleen leeren zij van jongsaan zich bewegen in een klasse, maai", al hebben zij de akte van onderwijzer veile regen, toch wordt er nog een proeftijd op een school vereischt om definitief te worden aangesteld. Het behoeft geen betoog, dat deze manier van opleiding meerdere waarborgen geeft voor een goed en degelijk onderwijs dan elke andere." En eindelijk nog een korte aanhaling van Herbart: „lm Handeln nur lernt man die Kunst, erlangt man Takt, Fertigkeit, Gewandtheit, Geschicklichkeit."

We zijn begonnen -met te zeggen, dat het Rapport ook de practische opleiding wil verbeteren. Twee uur of wel een middag in de week en dan in bet laatste of wel het repetitiejaar, zal aan de practijk woiden besteed. Zijn er 20 leerlingen in een klas dan krijgen ze bij één leerschool met 6 klassen om de 3 a 4 week een beurt of zijn er meer leerscholen, dan wordt de eenheid in de opleiding weer verbroken. Wie besluiten dus: De staat moet een minimum van kennis stellen, maar als hij aaarvoor maximumtijd vraagt, dan blijft er waarlijk voor de

Sluiten