Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de groep van mannen, die met enthousiasme de banier der eigen inrichting omhoogsteken, maar ook op de groep, die tot dusver op de synodes een meerderheid vormde, en niets liever zou zien, dan dat de school (ik laat nu daar onder welke voorwaarden) met de theologische faculteit vereenigd werd. Tot deze laatste groep (die ik gemakshalve de groep der meerderheid noem), behooren enkele mannen, die de school gaarne radicaal zouden opheffen, omdat zij in haar een belichaming zien van een separatistisch beginsel, maar ook behooren daarbij velen, die de school om haar historie en beteekenis liefhebben, die het recht en het belang der kerken eerbiedigen inzake de opleiding tot den dienst des woords, doch die meenen school en kerk het best te dienen, door school en universiteit tot één lichaam te doen samengroeien. ')

De stand der kwestie is dus zóó, dat de „meerderheid" een school moet handhaven, die zij, althans in den tegenwoordigen vorm, liever niet handhaven wil. Zij zou de school het liefst op een andere plaats en in een andere verhouding zien. Alleen omdat zij vreest voor broedertwisf en ook overtuigd is, dat de minderheid rechten heeft, die niet mogen worden aange tast (rechten bij de vereeniging in '92 bedongen en erkend, en op de verschillende synodes bevestigd), grijpt de synode niet in.

Maar voor de handhaving der school is er bij deze „groep"

(of is het beter te zeggen: strooming?) niet hetzelfde élan, dezelfde

geestdrift, het „con amore", waarop de schoolmannen meenen, dat de eigen inrichting recht heeft.

Er is bij de meerderheid (wederom, ik oordeel niet, ik constateer) niet hetzelfde hart voor de school, dat bij de minderheid zoo duidelijk klopt.

Men heeft de vraag gedaan, of dan niet de eerlijke weg zou zijn de beschikking over de school geheel in de handen der schoolvrienden te geven.

Natuurlijk kan dit niet.

De ééne strooming van ons kerkelijk leven zou dan als zelfstandige organisatie, als erkende partij, in den kring der kerken optreden. Er zou een kerk opgroeien in de kerk. De school-

') Natuurlijk is het uiteraard ondoenlijk hieibij een statistiek op te maken. Er zyn ook by de „minderheid" broeders, die de eenheid begeeren, en omgekeerd zullen er by de „meerderheid" gevonden worden, die nu goen vereeniging meer wenschen. Het is niet te zeggen of voor hei besluit van Arnhem tot eenheid van opleiding thans nog een meerderheid te nden zou zyn_ TemP°ni mutantur.

Sluiten