Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Gebouwd op Gods bevel, door het geloof.

De Heere heeft in Zijn heilig Woord nadrukkelijk ons er op gewezen, hoe er een overeenkomst zal zijn tusschen de dagen van vóór den zondvloed, en die welke voorafgaan zullen aan Christus' wederkomst. Zoo zullen wij dan wèl doen, in de eerste plaats de omstandigheden te teekenen, waaronder de ark is gebouwd geworden; tot recht verstand van hetgeen God ons ten deze heeft te leeren.

Twee belangrijke, schoon schrikkelijke, eigenschappen van het tijdperk vóór den zondvloed springen al aanstonds in het oog: vooreerst een diepzondige zelfoverschatting des menschen; en ten tweede een daarmede gepaard gaande valsche gerustheid.

Van Noach staat opgeteekend, dat hij bevreesd geworden was, en ik acht het een voorrecht als de mensch nog vreezen kan, maar het ongeloof, de wereld, meent de vreeze buiten te kurfnen sluiten; immers de scheppingen van 's menschen geest en hand, in één woord de cultuur genaamd, zouden die niet in staat zijn God en Zijn oordeelen te kunnen tarten; ja, God en religie overbodig te heeten ? Zoo waant men.'

Oogenblikkelijk na den val is de mensch door God opgezocht en gewezen op den Messias, door Wien hij verlost kon en moest worden. Maar tegenover deze belofte van verlost te worden, heeft het ongeloof al aanstonds de stoute en drieste poging der zelfverlossing geplaatst. Op den drempel der menschelijke geschiedenis (na den val) vinden we reeds Kaïn, die in het bouwen van een stad (sterkte) zichzelf wil handhaven. Het predikt ons, hoe de mensch der zonde niet in God, maar in de cultuur, in zijn machtige scheppingen van kunst en genie, wetenschap en talent het leven wenscht te vinden. In de Lamech's tente wonen de pioniers der beschaving en van den menschelijken vooruitgang: Jubal, Jabal, Tubal-Kaïn. En die beschaving, los van, ja tegenover God, wordt in het tijdperk vóór den zondvloed een middel, een poging, om te trachten het verloren paradijs weder te vinden, langs andere wegen, dan van God geopenbaard. Het wordt het tijdperk, waarin de mensch zijn volle kracht poogt te ontplooien, als het ware om te toonen hoe ver hij het brengen kan ondanks val en zonde en zonder God. Reuzen ver-

Sluiten