Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ooit een straks komen; zou het wel beslist noodzakelijk zijn? En zooveel meer. Hoeveel „ja maar's" zouden hier kunnen opgeworpen zijn. Godlof, hij doet de stap, gehoorzaam in 't geloof, gaat hij de ark binnen. De Heere staat voor de uitkomst in. Daar is slechts één „maar", dat in zulke omstandigheden betamelijk en troostvol is: „maar de Heer zal uitkomst geven." In dat vertrouwen sterk, wordt de stap gedaan, en de Heere sluit achter hem toe.

In de kracht Gods bewaard; let er op, hoe dienaangaande nadrukkelijk staat opgeteekend: „En de Heere sloot achter hem toe" (Genesis 7 : 16). Of dit is geschied door een engel Gods, of op andere wijze, het valt niet uit te maken. Maar zeker is, dat we hierin hebben te lezen, hoe de Heere met een bijzondere zorg op zich nam de veilige bewaring van den patriarch en zijn gezin. God droeg den sleutel van de ark bij zich. Niemand en niets zou onheil over hen brengen. De Heere zelf stond voor de uitkomst in. Een treffende les. Immers het geloof in de belofte Gods heeft slechts op die belofte zich te verlaten, God zelf zorgt voor de vervulling. Welk een macht en luister menschelijke cultuur ook ten toon moge spreiden, absolute zekerheid van veiligheid is er ten slotte nooit. Ge zaagt het bij de „Titanic". Vergeet het nimmer. Maar als de Heere sluit, dan eerst, maar dan ook gewis, kunt ge veilig de levenszee op, ja het doodsbed beklimmen, en de poorten der eeuwigheid tegemoet treden.

Bewaard in de kracht Gods. O zeker, vele zijn de vragen die bij deze geschiedenis kunnen rijzen; er valt niet aan te denken deze alle hier ter sprake te brengen. De kansel is geen plaats voor twistgedingen, maar eene zaak mag ik toch niet onaangeroerd laten. Die ark was vol van dieren der aarde, en vogelen des hemels. Honderden en nogmaals honderden beesten waren daarin geborgen; en 150 dagen lang daarin opgesloten; daarenboven was er maar één venster tot lucht en licht, van omtrent een el in het vierkant. Zoo rijst de vraag: hoe is het mogelijk geweest, al deze beesten te voederen, en dezen reuzenstal te reinigen, en voldoende te luchten ? Al hadden deze acht menschen al dien tijd dag en nacht aan één stuk door onophoudelijk daartoe gearbeid, onmogelijk hadden zij deze reuzen-menagerie naar behooren kunnen verzorgen ; bij lange niet. Hoe nu ? Bewaard in de kracht Gods, is het antwoord. En wat zou ons verhinde-

Sluiten