Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt buitengesloten: wet, werk, heiligheid, alle schepsel, de gansche mensch, zooals hij gaat en staat, — dat namelijk dit ons niet zalig maakt, maar Christus Jesus alleen.

Het Apostolische woord zegt ons niet: dat Christus Jesus in de wereld gekomen is, om heiligen en rechtvaardigen tot God te brengen, maar om zondaren zalig gemaakt te hebben. Daarom, wie uwer in zijn binnenste er van doordrongen is en het zoo diep gevoelt, wat het inheeft zondaar te zijn, die versta het toch eens voor altijd, dat de Apostel hier van zondaren spreekt, in tegenoverstelling van de wet; — zoo dat hij zeggen wil: Wat hebben wij toch met de wet en hare werken te maken? wat met het „doe dat"? Zondaren zijn en blijven wij, kunnen onszelven evenmin na als vóór onze bekeering heipen, brengen onszelven steeds in het verderf; of wij ook bij aanvang en voortgang een vermaak mogen hebben in de Wet Gods naar den inwendigen mensch, er woont, ach, eene andere wet in onze leden, die ons gevangen neemt onder de wet der zonde. (Rom. 7.) Daarom zijn wij ten opzichte van de Wet ten eenenmale machteloos en onbekwaam, en zijn elk oogenblik in gevaar, in deze wereld een roof der zonde en des duivels te worden. Maar Christus Jesus is in de wereld gekomen om de zondaren zalig gemaakt te hebben. Heeft Hij dus door Zijn komen in de wereld de verlossing, de zaligheid aangebracht, dan blijft dit voor ons vaststaan, en wij hebben ons uitsluitend daaraan te houden, dat wij afstand g%daan hebben van al het „doe dat" en het voor waarachtig en zeker houden, dat Christus Jesus ons zalig gemaakt heeft door Zijn komen in de wereld, verlost heeft van toorn en verdoeming, van zonde, wereld, dood en hel.

Zijn wij zondaren, en belijden wij dat met verbrijze-

Sluiten