Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdedigen. Gedurig drong men met list in het kerkgebouw en gebruikte het weldra weer geregeld voor den Roomschen dienst.

In Mei 1634, dus een half jaar na zijn komst, werd hij, wellicht om gijzelaar te zijn voor den Pastoor van Os, die op last der Staten was gevangen genomen, door soldaten - Spaansche natuurlijk - gevangen genomen en naar Breda gebracht, waar hij, na het eerste verhoor, van zijn mede-gevangen ambtgenoot Ds. Gortsenius van Oosterwijk, werd gescheiden. Na eenigen tijd in „de Ghiole", de onderste gevangen.scellen te hebben doorgebracht, werd hij om bedreigde weèrwraak aan den Pastoor van Os te voorkomen, wat beter gehuisvest, doch bleef tot Augustus 1635, dus 15 maanden, gevangen. Op borgtocht vrij gelaten, keerde hij terug. Zonder echter te Tilburg iets te kunnen doen, ondanks de aanschrijvingen van de Staten. Ook de koster en schoolmeester, die hem in 1635 was meegegeven, kwam „onverrichter

zake" met hem terug. (') _

Op gelijke wijze ging het met Ds. Theod. Taxelius, die te Os,

ook in 't jaar 1633, was beroepen. Maar zonder militair geleide gekomen,

moest hij, zonder zijn dienst ook maar te kunnen vervullen, terug naar

'8 Hertogenbosch. (2)

In 1636 schijnt men den moed tot verdere pogingen te hebben

opgegeven.

Maar toch niet voorgoed. Toen de vrede van Groote Kerkelijke jviunster in 1648 was geteekend en aan de Stavergadering. fen der 7 provinciën Brabant was toegewezen,

zou de reformatie weer „met ernst bij de handt ghenomen . ^

Van 23 Juli-15 Dec. vergaderde op last der Staten te 's Bosch de „groote Kerkelijke vergadering", om te overwegen hoe de Hervormde Kerk in Staats-Brabant als openlijk gedulde Kerk overal kon worden gevestigd en welke plaatsen er voor in aanmerking konden komen, om van een predikant (op Staatskosten) te worden voorzien. De aankleve van deze zaak was, dat aan de Roomschen de kerkgebouwen zouden ontnomen worden en deze ingeruimd voor de Gereformeerden.

Een gedurige aanvraag door de Classis van 's Hertogenbosch —

(') 't Volledig verhaal, door Arlebout zelf gegeven, is geplaatst in

Kist en Moll Kerk Arch. III 87—102.

J) Zie Dr. Meindersma, Taxandria (1903) bl. 44 — 46.

Sluiten