Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

religieuze en zedelijke leven, dat verkregen is door de geloofsgemeenschap met Christus, draagt, verleent aan de geloovigen, aan een ieder naar zijn deel, tot stichting van het geheel, allerlei genadegaven; aan den een een woord van wijsheid, aan den ander een woord van inzicht, etc. Dat in den Geest een transcendente geestelijke macht aanwezig is, die het bewustzijn van den mensch dikwijls overweldigt, wordt bij de glossolalie openbaar, voor zoover daarbij de tong van den in droomtoestand verkeerenden mensch door den Geest in beweging wordt gebracht en ongearticuleerde geluiden geuit worden, die slechts door uitlegging begrijpelijk worden».

In het Johannes' Evangelie is, evenals bij Paulus, de II. G. een kracht, die voortdurend in de menschen werkt, hen door Christus tot de Waarheid brengt en hen tot een volmaakt Christen maakt, die met de verhevenste deugd, de liefde gekroond is. x)

Hoofdstuk II.

De glossolalie in het N. T.

Wij bespreken eerst i Cor. 12, 13 en 14 en laten 14 onmiddellijk op 12 volgen. 2)

Het schijnt, dat de Corinthiërs Paulus over hen, die met den Geest vervuld zijn (12^ om raad gevraagd hebben (c. f. 7J. In de capita 12 en 14 spreekt hij zich daarover uit.

Uit deze capita leeren wij eenigszins kennen de houding

*) Mosiman, Das Zungenreden, pag. 6.

. 2) c. f. Weiss, Meyer's Kom. zum N. T. Ier kor. br. 1910, pag. 321.

Völter, Paulus und seine Briefe, 1905, pag. 56.

Sluiten