Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zoekt gij ?" Zoo toch vraagde Jezus aan het tweetal discipelen van Johannes, toen de Heere zag, dat die beiden Hem volgden.

De vraag was, vooral met het oog op Hem, die deze vraag deed, een zeer gewichtige vraag. Immers het is niet hetzelfde, wat de mensch zoekt, ook niet al zijn we menschen, die meenen en voorgeven het goede te zoeken.

De gelijkenis van den farizeër en den tollenaar leert ons, dat twee menschen kunnen opgaan naar den tempel, maar dat het onderscheid tusschen die beiden zoo groot kan zijn, al doen uitwendig beiden hetzelfde.

Vooral bij al onze godsdienstige verrichtingen is de vraag ten allen tijde zoo gepast en zoo ernstig: Wat zoekt gij? We komen samen om Gods Woord te hooren, om te bidden en te danken, om te spreken en te hooren, maar we kunnen van dat alles het doel niet afdenken, waar het om gaat.

Zoo zijn we ook thans saamgekomen tot een ure des gebeds.

Gij verwacht van den Voorganger, dat hij bidden, spreken en danken zal, gelijk wij van U mogen verwachten, dat gij hooren zult.

En wederzijds staan we daarbij voor de vraag: Wat zoekt gij?

Het ingrijpende van die vraag bewust, kwam bij de vraag: wat te zullen spreken in deze ure, veel en velerlei ons voor den geest.

Is er geene aanleiding om in eene ure als deze elkander eens te bepalen bij de zoo ernstige teekenen der tijden ? Is er geene aanleiding om met elkander eens te overdenken de vele en groote afwijkingen van het algemeene Christendom, en de bijzondere ellenden in eigen kring? Doch al zullen we niet tegenspreken, dat dit alles onder Gods zegen zijn nuttigheid kan hebben, wij kwamen na ernstige overweging

Sluiten