Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der leden als vanzelf, en is de roof wel ras van de wond afgevallen

Omdat wij dus de leden, die op de aarde zijn, niet mogen voeden en in het leven houden, ook niet in het leven willen houden, indien het ons ten minste te doen is om onzer zielen zaligheid, zoo laat ons onszelven niet bij deze ophouden, maar ze dooden d. i. ze laten wegsterven en verderven, en doen als de vlinder. Opwaarts tot de genade en ons neergezet op de bloem! Wat is het anders, dan voortdurend tot Christus gegaan en bij Hem gebleven en bij Zijne woorden, die zoeter zijn dan honig en honigzeem. Tot dat einde geeft de Apostel ons in het derde en vierde Vers nog eene machtige en troostrijke vermaning, die wij later willen behandelen. Voor ditmaal zij het ons genoeg te weten, dat wij ons niet moeten begeven tot het afkappen van onze leden, die op de aarde zijn, maar ons moeten opmaken tot de genade, tot Christus, en dat wij de leden laten blijven, waar zij blijven kunnen. Niet uit ons, maar van Boven is het, wanneer deze leden ophouden te werken. Zijt gewaarschuwd voor alle leer, die het afsnijden der leden eischt, en daarvoor allerlei voorschriften geeft, die op eigen goeddunken berusten. Als wij op de leden zien, dan verliezen wij de genade uit het oog en laten ons vasthouden op de aarde; maar wij zijn opgewekt met Christus; daarom moeten wij met Hem opvaren in den hemel; voor Zijne genadezon vergaan de leden als was. Daarom dan spreekt altoos moedig in uw hart: o, mijne ziel, gij hebt genade, houd vast aan genade! Spreekt aldus heden en morgen, dan zult gij gedood hebben de leden, die op de aarde zijn. Want voor het geloof aan de genade van Christus moet alles, wat op aarde de zaligheid schaden en den toorn Gods verwekken kan, te niet gaan. Dat men aangenomen hebbe en met blijdschap geniete de algeheele vrucht van de opwekking van ons tweede Stamhoofd, onzen dierbaren Heiland en Heere Jesus Christus.

AMEN.

Sluiten