Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds niet voldoende losgemaakt van den waan, als had ze met een primitief volk te doen. Nog altijd vindt men ook hier de neiging, naar „oorspronkelijke" voorstellingen te zoeken, en van daar uit licht te laten vallen op de latere eeuwen. Een tweede daarbij gemaakte fout is, dat men vergeet, dat oude vormen, die in latere perioden blijven voortbestaan, niet zelden met een gansch nieuwen inhoud worden gevuld, zoodat, zoolang niet duidelijk blijkt uit de latere teksten zelf, dat mèt den ouden vorm ook de oude inhoud is gehandhaafd, die oude vorm volstrekt niets zegt omtrent de latere voorstellingen.

Eén gelukkige omstandigheid verleent goede diensten bij het onderscheiden der verschillende voorstellingen. Deze, dat de combinatie van allerlei heterogene elementen, waarvan straks sprake was, zeer onvolledig is geschied. De schematiseering der oude Aegyptenaren liet vele tegenstrijdige dingen „unvermittelt" naast elkander staan. Niet het minst is dat duidelijk in hunne doodenvoorstellingen. Zoowel in de Pyramiden- als in de Doodenboekteksten is dat verschijnsel te constateeren.

In hoofdzaak kunnen wij hierin vijf reeksen van voorstellingen onderscheiden: 1°. de doode wordt gedacht in het graf te wonen; 2°. de doode woont in een soort van doodenrijk, niet ongelijk aan de Israëlietische sheöl.; 3°. de doode woont in de velden van Ialu; 4°. de doode woont als een der circumpolairsterren aan den noordhemel; 5°. de doode reist met den zonnegod Rêc langs den hemel.

Elk dezer voorstellingen brengt natuurlijk een afzonderlijk doodenritueel mee. De op zich zelf belangrijke vraag,

Sluiten