Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Egeische kuituur: weldra zouden volken van IndoEuropeeschen stam Klein-Azië en Syrië binnendringen. En uit de Syrische en Arabische woestijn komen jonge volken van Semietischen stam, gereed het kultuurland te overstroomen, de Arameërs.

De I2cle eeuw voor Christus is een gewichtig keerpunt in de geschiedenis der oudheid. 'legen 1200 v. Chr. verandert het beeld des tijds. De staatkundige macht der leidende groote mogendheden werd door ingrijpende verschuivingen der volken voor altijd gebroken. De kuituurwereld in de landen westelijk van den Eufraat, die sedert den tijd van Sargon van Agade en Hammoerapi onder Babylonisch en invloed stond, verzinkt in het niet. Wel hebben weinige eeuwen later de Assyriërs, die geheel afhankelijk waren van Babels oude beschaving, over het grootste gedeelte van Voor-Aziëgeheerscht; maar zij hadden weinig invloed op de kuituur der onderworpen volken. Het Xieuw-Babylonische rijk van Nabupolassar en Xebukadrezar was slechts een episode van kunstmatig herstel. Van 1200 v. Chr. af behoort de bloeitijd van Babel en de volken van Babylonische beschaving tot het verleden.

De intocht der Israëlieten in het land Kanaan staat op de grens der beide tijdperken. Israël behoort tot de jonge Semietische volken, die uit de woestijn het kultuurland binnendringen. Uit de woestijn brengt Israël zijne Godsvereering mede en de onstuimige kracht der jeugd. In Kanaan vindt het eene vermenging van volken en rassen en eene hoogstaande, maar zich reeds ten val neigende beschaving. Deze kuituur nam Israël over. De Israëlieten werden de erfgenamen der overwonnen Ka-

Sluiten