Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet zij niet zelve onderzoek naar het wedergeborenzijn van zulke personen, gelijk de Labadie placht te doen, maar zij stelt bij het afnemen van de belijdenis des geloofs zoo weinige vragen als met een eerlijke conscientie alleen door wedergeboren met „ja" beantwoord kunnen worden.

In één van die vragen wordt bovendien de belofte afgevorderd, dat men trouw gebruik zal maken van des Heeren Avondmaal. Gevolg van dit standpunt is dat men een instituut, een kerkformatie bekomt, waarvan alleen lidmaten zijn levendgemaakte, veranderde, geloovige menschen of althans zulken, die, door het beantwoorden van bovenbedoelde vragen, zich als zoodanigen aandienen en aanvaard worden, en als zoodanigen door leeraar en opzieners beschouwd en behandeld moeten in leering en bestier, zoolang niet duidelijk en duurzaam het tegendeel blijkt.

Zoo komt men feitelijk uit op hetzelfde punt, dat Jan de Labadie langs anderen weg welbewust zocht te bereiken.

En dit nu achten wij een misduiding van het gemengd karakter der zichtbare Kerk in de tegenwoordige Bedeeling.

Dat gemengd karakter, blijkbaar door den Heere voor deze tegenwoordige Bedeeling gewild — gelijk ds. Diermanse in zijn brochure „Verbond en Kerk" met deugdelijke argumenten aangetoond heeft — verloren toch immers ook onze Ouden niet uit het oog? Rudolph Petri b.v., een vruchtbaar en degelijk schrijver, die tijdens de Dordsche Synode leefde en haar geestverwant was, zegt in zijn „Lof der Kerke": „de onzichtbare Kerk is het gezelschap der uitverkorenen,

Sluiten