Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar den Verbondsdisch heen te doen richten. En al gebeurt het dan wel eens, dat we bij ontmoeting van kinderen Gods in onze consciente ontwaren, dat we toch eigenlijk vreemd staan tegenover die Godsdaden en dat leven waarvan zij getuigen,de vader der leugenenis er haastig genoeg bij om ons geruststellend te verzekeren, dat wij wel niet zoo goed praten kunnen over geestelijke dingen, zooals die menschen doen, maar dat wij het toch evengoed meenen als zij; dat wij dan ook maar „kleintjes" zijn; maar daarom ook des te meer de versterking van ons „zwak geloof" door Avondmaalsviering hebben te zoeken.

En nu maar één vraag: fantaseer ik óf spreek ik uit de werkelijkheid van het kerkelijk leven?

Ik Iaat de beantwoording van de vraag gaarne over aan elk eerlijk gemaakt gemoed, dat waarlijk vreest voor leugensysteem in de Kerk, en dat onbevangen genoeg is, om het hier neergeschrevene kalm te overdenken en zonder vooroordeel te overwegen.

Niet zonder leedgevoel schrijf ik over deze dingen. Niet om in hoogheid des harten verwijten te richten tot kerken, die ik bijna een kwart eeuw heb gediend. Want zoo al ooit hooghartig veroordeelen pas geven kon, dan zeker zou zulks mij nog allerminst betamen, die zooveel jaren in het nu door mij bestredene systeem verstrikt, het aangekleefd, bevorderd en verdedigd heb, en die zeker daarin door gegaan zou zijn, indien het niet God den Heere behaagd had mijn blinde zielsoogen te openen, mij waar te maken voor Hem en mij te doen stuiten op den onwaren kerkelijken toestand te midden waarvan ik mij bevond. Maar toen kon ik dan ook niet langer mêe door. Toen moesfik wel afbreken wat

Sluiten