Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorstel van den leider der oppositie het volgend besluit genomen: de kerkeraad besluit, met het oog op den tegenwoordigen toestand der gemeente, tot de openbare belijdenis alleen toe te laten die doopleden der Chr. kerk, die vooraf voor den kerkeraad verklaren, dat hun afleggen van de belijdenis des geloofs niet alleen is een verstandelijk toestemmen van de waarheden des Evangelies, maar bovenal van hun waar, oprecht geloof.

Afgezien nu daarvan, dat de tegenstelling hier niet juist wordt gemaakt —. overmits „verstandelijk toestemmen" niet hetzelfde zegt als „verstandige belijdenis doen" (zooals op het voetspoor van Brakel door mij werd gewenscht) — vestig ik alleen maar de aandacht op dat vooraf verklaren aan den kerkeraad, dat men belijdenis zal afleggen bovenal van zijn waar, oprecht geloof.

Als men eens ernstig zich indenkt wat, niet deze of gene, maar de Kerk zelve blijkens vraag 21 van den Catech. verstaat onder het oprecht geloof, dan vraag ik toch in gemoede: is dat nu een conditie die gesteld mag worden om vergunning te bekomen tot het afleggen van belijdenis des Geloofs? althans, indien men de uitdrukking „waar, oprecht geloof" niet verwatert, maar dien zin er aan hecht, dien de kerk er aan geeft.

Duidelijk zal zijn, dat door het aannemen van dit besluit de klove verbreed werd, het verschil tusschen leeraar en opzieners was verscherpt. —

Waarom dan de zaken niet op de meerdere Vergagadering gebracht en geprocedeerd langs den weg van Cla sis en Synoden? dit blijkt echter zoo min door U als door den kerkeraad te zijn geschied.

Sluiten