Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Helaas dat over 't algemeen bij de vromen onzer dagen te weinig uitkomt, dat zoo groot eene waarde de religie heeft. Te mat is zij meest, de blijdschap in God, te dof de toon, waarop gesproken wordt van de liefde van Christus, te zwak de gloed, die straalt uit het oog, als wij betuigen, dat ook aan ons genade geschied is. En hoe is bij velen de drang der ziel veel te gering om aan anderen beide Dood en Leven, Wet en Evangelie te prediken en hun aan te prijzen den dienst van Hem, die toch voor zijn volk is een sterke toren, een zon en een schild, een fontein van overvloeiende verversching!

Zoo mag 't echter niet zijn!

Aan Gods kinderen moet het gezien worden, dat de ware religie het grootste geluk geeft; dat er door haar kracht is om alle rampen des levens te dragen; dat zij ons in staat stelt om psalmen te zingen in den nacht.

Wat zegt 't eigenlijk toch weinig, of ons deel voor dit leven karig is; of de vervulling van een wensch voor dit aanzijn uitblijft; zelfs of de ongunst van menschen ons treft; als wij de liefde van Christus slechts aan ons hart ervaren, en als uit de schatkameren des hemels ons slechts dagelijks het hemelsche Manna wordt toegereikt.

Edoch de religie heeft nog meerdere waarde.

Wat waren het, met uitzondering van Paulus, eenvoudige en onkundige mannen, die Jezus als zijne apostelen verkoos! Hoe nietig was in het oog der wereld de schare der Christenen in de eerste eeuw, die op Jezus' geboorte volgde. En toch getuigen zelfs de moderne geschiedvorschers, dat reeds na enkele eeuwen het gelaat van het leven der volkeren als met een tooverstaf veranderd was.

Gewijzigd ten goede was de verhouding tusschen heer en knecht, vrouw en dienstmaagd! Verlost van de slavernij was de vrouw; veel inniger was de band des huwelijks; gansch anders dan voorheen was de betrekking tusschen ouders en kinderen! En daar was meer I Elke levenssfeer had den Christelijken doop ontvangen. School en Kunst, Wetenschap en Bedrijf, Staat en Maatschappij stoelden op den Christelijken wortel en klommen daarmede tot veel hooger levenspeil op.

Alle levensverhoudingen waren doortrokken van den zuur-

Sluiten