Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de lotgevallen der familie, daar kon het niet uitblijven, of ook zij zijn allengs vereerd geworden.

Tegenover deze meening, die door réville, Max MüLLER, Eduard von Hartmann e. a. is voorgedragen, en die het Naturisme werd genoemd, stond eene andere, die met het woord Ahnenkult, aanbidding der voorvaderen, gekarakteriseerd werd. Zij vond in den bekenden Engelschen wijsgeer Herbert Spencer haar representant, terwijl zij in meer gematigden vorm door julius llppert is voorgedragen. Spencer beweerde: de vereering van de zielen der afgestorvenen is niet pas in zwang gekomen, toen de religie reeds eenige phasen van ontwikkeling doorloopen had, maar juist omgekeerd. De alleroudste godsdienst wist van geen goden. Vereeren deed men oorspronkelijk alleen de geesten der voorvaderen. Toen nu echter geslacht na geslacht het dal des doods was ingegaan en alzoo de voorvaderlijke geesten zeer menigvuldig in getal waren geworden, is men de oudsten hunner tot den rang van goden gaan verheffen. Aanvankelijk waren deze goden gelijk van macht. Maar zóó bleef het niet. Wat men waarnam in de menschenwereld bracht men in de geestelijke wereld over. Wisten onder de menschen sommigen zich tot beheerschers van de overigen op te werken, in de geestelijke wereld verhieven zich eveneens enkele geesten, zoowel uit de gelederen der goeden als uit die der boozen, boven de anderen. Zoo kreeg men de onderscheiding tusschen de lagere en de hoogere, de minder en meer machtige goden. Hiermede was echter het proces nog niet voltooid. Later opperde men het denkbeeld, dat niet alle geesten der afgestorvenen naar het Jenseits gingen, maar velen ook een zetel zochten in stoffelijke dingen of in dieren. Zoo werden ook deze stoffelijke dingen (fetisisme) en deze dieren vereerd. En daarna, nog verder voortschrijdende, kwam men ten laatste tot de vereering van planten (waartoe 't feit, dat sommige planten een narcotiseerende

') Het is van belang hierbij op te merken, dat eigenlijk van het fetisisme (welk woord ten onrechte door professor Nieuwenhuis van het West-Afrikaansche woord „fetisch" wordt afgeleid, aangezien fetigao een Portugeesch woord is, om aan te duiden een voorwerp, dat vereerd werd) als eene zelfstandige religie niet kan gesproken worden, omdat nergens een stam te vinden is, die enkel den fetis vereert.

Sluiten