Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

theïsme niet langer nationaal-particularistisch, gelijk bij de Joden wordt opgevat, maar universalistisch heel de wereld wil omvatten, zooals bij de Boeddhisten, Mohammedanen en Christenen, dan is, althans voorloopig, het eindpunt der ontwikkeling bereikt.

Nu ontbreekt het zeker bij de naturalisten niet aan den moed om rondweg hunne opinie te zeggen en op hoogen toon staande te houden, dat zóó en niet anders over deze dingen moet gedacht worden. Toch kunnen, ook al stelt men zich niet op het standpunt der Heilige Schrift, reeds gewichtige argumenten tegen de evolutieleer in 't algemeen worden ingebracht. Verschijnselen als het leven, de taal en het bewustzijn, om maar niet meer te noemen, kunnen door haar nooit naar behooren worden verklaard. Ook is het onderscheid tusschen mensch en dier zoo groot, dat onmogelijk de mensch zich uit het dier ontwikkeld kan hebben. En nog hopeloozer wordt de positie der evolutionisten, zoodra de qusestie van de toepassing der ontwikkelingsleer op de religie aan de orde is. Al aanstonds zijn begrippen als „historische wet" en „natuurlijke ontwikkeling", zoodra zij worden overgebracht op religieus terrein, allesbehalve duidelijk. Voorts is 't lang niet altoos even gemakkelijk om te bewijzen, met welk recht men beweert, dat op een gegeven oogenblik de godsdienst weer eene schrede vooruitgekomen is op den weg der ontwikkeling. En wat nog veel meer zegt, op dit standpunt kan nooit eene bevredigende verklaring van den oorsprong, het wezen en de waardij der religie gegeven worden. Dus afgedacht zelfs nog van wat de Schrift ons met betrekking tot het onderhavige punt leert, kunnen wij zeggen: zij, die de religie zich laten ontwikkelen uit het animisme, gaan uit van de geheel willekeurige stelling, dat de laagste vormen van godsdienst de oorspronkelijke zijn, en houden maar al te veel begeleidende verschijnselen voor het wezen zelf der religie.

Op dit laatste heeft in den jongsten tijd professor Bruining in zijn belangrijk artikel „De toekomst onzer theologie" met nadruk gewezen.

Met den term „evolutie" kunnen wij volgens hem op het gebied der godsdienstgeschiedenis weinig beginnen. Op het gebied der geestelijke wetenschappen kan van voortkomen van verschijnselen uit verschijnselen, van een hooger uit een

Sluiten