Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dogmatischen grondslag rusten mag. Immers is het volstrekt niet zóó, dat men als religionsphilosoof geheel voraussetzungslos het onderzoek is begonnen, en toen heeft gevonden, dat op religieus gebied het hoogere uit het lagere is voortgekomen. Bewijzen kan men onmogelijk, wat men beweert. Maar voor dat men zijn onderzoek begon, huldigde men de evolutieleer, en daarna is men van dit gezichtspunt uit de verschijnselen, welke men ontmoette, gaan verklaren. Men meent, dat men bij de beoefening der wetenschap aan geen enkelen band is gebonden, terwijl men bij zijn denken uitgaat van het beginsel, dat het naturalisme de juiste levens- en wereldbeschouwing schenkt.

Van zijn eerste optreden af is dit dan ook reeds ingezien door een geleerde als professor P. D. Chantepie de la Saussaye, die overigens volstrekt niet op confessioneel standpunt staat, ja die zelfs niet terugdeinst voor de verklaring, dat het bijbelsch verhaal van het paradijs en den zondeval wel diepzinniger maar volstrekt niet geloofwaardiger en aannemelijker is dan de sagen van andere volkeren. Deze toch kwam in zijn proefschrift, dat eene Methodologische Bijdrage tot het onderzoek naar den Oorsprong van den Godsdienst wilde leveren, tot deze conclusie: „De kennis van den oorsprong van den godsdienst is langs empirisch wetenschappelijken weg niet te verkrijgen. Die kennis, die men evenwel tot verklaring noodig heeft, wordt verkregen door een individueel inzicht in den aard van den godsdienst en in den samenhang der historische feiten, den loop der historische ontwikkeling; kortom tot de beantwoording der vraag komt men niet zonder zich te bewegen op het gebied der speculatieve philosophie". Waar Tiele dan ook zelf erkende, dat de door hem voorgedragen „wetten van ontwikkeling in haar toepassing op den godsdienst" niet meer dan (maar toch bepaald onmisbare) werkhypothesen waren, daar zou hij consequent hebben gehandeld, wanneer hij had uitgesproken, dat ook de door hem gehuldigde evolutieleer zelve niet meer dan zulk eene werkhypothese was.

Wij kunnen nog sterker spreken. Niet alleen is nimmer het bewijs te leveren, dat het moderne denken in dit opzicht de waarheid leert, maar zelfs is uit psychologisch oogpunt de voorstelling der Schrift vrij wat aannemelijker dan die der evolutionisten. Aan deze voorstelling houden wij ons dan

Sluiten