Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan God, de gemeenschap met Hem. Vat het confessioneel beginsel vooral het geloof op als het aannemen, voor waar houden van de leer, het ethisch beginsel ziet het als de overgave der ziel aan God, waardoor zij het ware leven ontvangt, en een innerlijke zekerheid, een ervaringsgewisheid verkrijgt aangaande datgene, wat met het verstand niet kan worden verstaan.

Van de oudste tijden af zien we de openbaring van dit beginsel bij de vromen. Het „geloof" van Abraham, van Mozes, van David, van de profeten was niet een voor waar houden van een aantal dogma's of geloofsartikelen, maar een zich verlaten op God, een met Hem zich verbonden weten, een ervaring van Zijn geestelijke tegenwoordigheid. Dat geloof is „de vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet." Door dat geloof hebben zij blijmoedig prijs gegeven, wat hun aardsche zekerheid gaf, om het te wagen met God, en van Zijn trouw het te verwachten. Zoo juist wordt het karakter van het geloof in ethischen zin weergegeven, als het in Hebr. 11 :27 van Mozes heet: tov 7ocp aóparov wc ópwv èxaprépyasv." Het woord „èxapzéprxrev" is een Hapax legomenon; het is afgeleid van *patoj, kracht, en kan dus vertaald worden: hij zocht kracht, of: hij ontving kracht, of: hij had kracht. In alle drie beteekenissen wijst het het wezen des geloofs aan, dat een zich sterken in God is, het zoekt bij God zijn kracht, het klemt zich aan Hem vast, „als ziende den Onzienlijke", en daardoor ook vloeit de kracht toe, ontvangt men kracht uit die onuitputtelijke bron, en is dan sterk, juist door zijn zwakheid; onafhankelijk, juist door zijn afhankelijkheid.

Even duidelijk treedt dat zedelijk karakter van het geloof op den voorgrond in Jezaja's woord tot koning Achab (Jez. 7:9): „lm lo taamienoe, ki lo teameenoe," „indien gij niet vertrouwt, zoo zult gij niet vast staan." Dit geloof als zedelijke kracht, als ervaring van de levensgemeenschap met God, is het eigenlijk wezen van allen godsdienst. Ook daar, waar de godsdienst nog als in windselen is, openbaart zich zooal niet dit geloof zelf,

Sluiten