Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ach, als Oij Heere, mij loslaat, dan ben ik zijn buit. Maar Gij zijt veel sterker dan de machtigste vijand, Gij sterke God; bij U ben ik in eene zekere bewaring; Gij zijt voor alle vijanden als een onneembare vesting.

Dat er dan een veilige schuilplaats is bij den Heere, den allerhoogsten Koning, dat Hij is als een sterke toren, een toren der sterkte, — Geliefden, dat moet moed geven aan allen, die den geestelijken strijd kennen. Wat al vijanden omringen ons in dien kamp! de duivel, de wereld, vleesch en bloed, de kwade begeerlijkheid, zonde en dood mitsgaders allen, die in den dienst des boozen staan. Wie met deze vijanden niet in vrede kan leven, omdat hij onder de heerschappij van Gods Woord staat, — bij dezen mensch is de strijd begonnen tusschen waarheid en leugen, zonde en gerechtigheid, leven en dood, Gods eer en 's werelds eer. Hoe zal men daarin bestaan, niet bezwijken?! Wie niet uit God geboren is, zoekt zichzelf te helpen. Er is een strijden van den godsdienstigen mensch met hetgeen zijn-God-dienen in den weg staat. En of men daarbij spreekt van hulpe Gods, — de eigene kracht staat voorop. Met de genade, met hulp des Heiligen Geestes wil men zelf de vijanden overwinnen. Dat is openbaar in de maatschappelijke en kerkelijke bewegingen van onzen tijd, waarbij men in vleeschelijke berekening en machtsvereeniging het heil zoekt. Dat is openbaar in de werken van het „doedat des vleesches" en in allerlei leeringen, die geboden van menschen zijn, — in het drijven van goede werken volgens eigen goeddunken en menschen-inzettingen. Maar daarmede verdrijft men den vijand van Gods Koninkrijk en van ons waarachtig heil niet. De sterkte, welke ons noodig is, ligt niet in onze handen; zij is Godes en Godes alléén. Doch, Zijn Naam zij geloofd! Zij is er voor Zijne gemeente, voor ieder, die Zijnen Naam in waarheid aanroept. Van deze sterkte getuigt onze Psalm. De toren der sterkte Gods is geheel sterkte, en geeft en werkt sterkte voor al wat anders bezwijken en omkomen moet. Die sterkte temidden onzer zwakheid en krachteloosheid als zonder handen aangegrepen, doet den tegenstander wijken. Daarvoor is geen vijand bestand. Door haar is men alléén veilig en welbewaard.

Sluiten