Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne Heeren Curatoren, Professoren, Lectoren, Privaatdocenten, Doctoren, Bedienaren van den Godsdienst, Studenten, en voorts Gij

allen, die deze plechtigheid met uwe tegenwoordigheid vereert.

Zeer aanzienlijke Vergadering.

Christendom en Oriëntalisme. In deze beide woorden is een probleem vervat, waarop in onzen tijd steeds meerderen hun aandacht richten. Het geestesleven van onze wereld is zoozeer saamgeweven met het Christendom, dat elke poging om licht te werpen op den klassieken tijd van het Christelijk geloof in wijden kring de aandacht trekt.

De theologie mag zich zelfs weder verheugen in de medewerking van groote philologen als wijlen Usener, terwijl Dieterich en, onder de levenden^ mannen als Cumont, Norden, Reitzenstein hunnen blik gevestigd hebben op het geestesleven dier dagen. Zij beperken zich daarbij niet tot het aesthetische of wijsgeerige alleen, maar verdiepen zich ook in hetgeen voor den Keizertijd meer en meer het centrum der geestelijke cultuur werd, n.1. den godsdienst.

Wil dit nu zeggen, dat de theologie dit veld moet ruimen ?

Met een blik op de groote hoeveelheid van philologischen en historischen arbeid, dien de theoloog verrichten moet om in het leven der Christelijke Oudheid thuis te raken, geeft men ons soms den raad om althans hier het onderzoek maar te staken. Zij immers, die het geestesleven van die dagen overzien, zijn toch in de gunstigste gelegenheid om ook dat

Sluiten