Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door den wijsgeer werd deze praedestinatie abstract en geestelijk gedacht en, bijgevolg, de verlossing opgevat in mystischen zin als eenstemmigheid van zijn redelijken geest (Xóyog) met het aldoordringend redelijk principe (Aóyog) van het Heelal. In priesterlijke kringen heerschten meer plastische voorstellingen van ouderen oorsprong, die omgevormd waren tot een betrekkelijke stelselmatigheid, in hoofdtrekken hiermede overeenstemmend. De praedestinatie is daar n.1. opgenomen in een, door de toenmalige wetenschap gezuiverde, voorstelling van het wereldstelsel. Dit bestond, naar men meende, uit een zeker aantal elkander omsluitende sferen, in wier middelpunt de aarde als het laagste, zwaarste en minderwaardigste deel van den kosmos zich bevond.

De gesternten, doch vooral de planeten, die men zich op deze sferen bevestigd dacht, waren de beheerschers der tusschengelegen hemelruimten. Zij dankten deze eer aan een destijds zeer natuurlijken gedachtengang :). Evenals de menschelijke ziel levenswarmte en bewegelijkheid verleent aan het lichaam, zoo moesten de hemellichamen, blijkens hun gloed en regelmatige bewegingen, machtige geestelijke wezens zijn. Daar zij bovendien — wij behoeven ons slechts de namen der planeten te herinneren — op bepaalde grondkrachten en -stoffen in de geestelijke en materiëele wereld een geheimzinnige betrekking hadden, sprak het vanzelf, dat het stoffelijk en psychisch samenstel van ieder mensch ten slotte van hen moest afhangen. Hun constellatie in het uur der geboorte heeft dus een praedestineerende uitwerking. Verlossing uit hun macht is uitteraard alleen verkrijgbaar door reëel contact met een nog machtiger wezen. Dit wezen is de Logos, die als redelijk beginsel van den ganschen kosmos, machtiger is dan al deze beheerschers der lagere hemelen. Wanneer wij nu in Rom. 8 : 38-39 lezen: „Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen, noch uQxcci, noch tegenwoordige,

') Vgl. I Cor. 15 : 40 sqq.

Sluiten