Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreeselijk gestraft worden. Want God laat Zijnen Christus niet straffeloos onteeren.

Christus is tot Koning geset, een Koning, die al Zijne gehoorzame onderdanen eeuwig gelukkig maakt. Maar wee den ongehoorzamen!

Christus is als de uiterste Hoeksteen gelegd door God den Vader, en Zijn Kerk ligt op dien Steen gebouwd in eeuwige schoonheid en veiligheid.

Maar wee dengenen, die op Hem niet willen gebouwd worden!

Hoort wat Hij voor de ongeloovigen is.

„U die gelooft is Hij dierbaar, maar den ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot. een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots en een rots der ergernis."

Petrus wil zelf geen oordeel vellen. Wat baat het of wij iemand verdoemen. Op Gods oordeel komt het aan. Welnu God spreekt in Psalm 118:

De Steen, dien door de tempelbouwers Veracht'lijk was een plaats ontzegd,

Is, tot verbazing der beschouwers,

Van God ten hoofd des hoeks gelegd.

Al hun tegenstaan, al hun verwerpen baat niet. Christus is toch gezet aan 's Vaders rechterhand. Maar hoort, wat de Heere verder spreekt in Jes. 8:14: „Ulieden (den geloovigen) zal de Heere tot een heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots, en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël" (den ongeloovigen).

Diezelfde steen, waarop een verlorene de toevlucht neemt, en gered wordt, een ander loopt er zich tegen te pletter, een ander struikelt er over, stoot er zich aan.

Sluiten