Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den heiligen kerkedienst om... 't Woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geeerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt".

Dit is dus een zeer idealistisch standpunt. Doch nu de werkelijkheid. Die werkelijkheid toont ons, dat niet allen zich laten vergaderen tot Christus' Kerk, dat velen in openbare of verborgen vijandschap van verre blijven staan en ook dat velen zich slechts in schijn, „geveinsdelijk" (Ps. 18 : 45), aan Hem onderwerpen. En zoo openbaart zich dus een voortdurende spanning tusschen het ideaal en de werkelijkheid door heel de geschiedenis heen. En nu zijn er ook weer menschen, meer realistisch aangelegde lieden, die altijd die werkelijkheid voor oogen hebben en daarop alleen blijven staren en die dan de anderen beschuldigen, dat zij „blauwe idealen" najagen, die toch niet voor verwezenlijking vatbaar zijn. En zoo staan dan de idealisten en de realisten ook hier tegenover elkander, elk met een eigen kerkbegrip, elk met een eigen kerkelijk ideaal. De eersten leggen nadruk op het begrip „volk", de laatsten leggen nadruk op het begrip „ker¥\ En vooral waar het nu de Volkskerk" geldt, gaan de wegen uiteen. De eersten meenen de gedachte van Volkskerk zelfs in onze diep vervallene tijden niet te mogen loslaten, de laatsten hebben die gedachte geheel en al prijsgegeven en komen op voor de „vrije kerk".

Maar juist omdat wij nu als Confessioneelen (zooals wij kortheidshalve hen, die onze beginselen in deze huldigen, willen noemen) dus opkomen voor de „ Volkskerk", is het zeer noodig ons van dit begrip helder rekenschap te geven. Dit is temeer noodig, omdat men ook van andere zijde, nl. van moderne zijde, juist op datzelfde begrip beslag legt en zegt niet anders dan de „Volkskerk" te bedoelen.

Allereerst merken wij nu op, dat de naam „Volkskerk" in de H. Schrift niet gevonden wordt. Dit maant

Sluiten