Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toekomen verbondsgewijze. Hij sluit Zijn verbond niet slechts met personen, maar ook met geslachten, ja, ook met volken '). De genade sluit zich aan in zekeren zin aan het natuurlijke leven. Daarom blijft zij niet beperkt tot bepaalde geslachten, maar breidt zich uit tot heel een volk. We zien dat allereerst onder Israël. De zonen Abrahams moesten beneden worden en voorts het zaad van het zaad van geslacht tot geslacht. Heel het Israëlietische volk als volk in zijn organisch geheel werd dus in het genadeverbond opgenomen. Zelfs de „ingeborenen des huizes" en de „gekochten" (slaven) moest Abraham besnijden, omdat zij in zekeren zin op „heilig" erf gekomen waren. God rekent dus met het geheel van het volk in zijn historisch bestaan.

Dit nu is van toepassing óók op de N. Bedeeling, aangezien de geloovigen in geestelijken zin als „het zaad van Abraham" moeten worden beschouwd volgens den apostel Pauius (Gal. 3:7) en dus ook deel hebben aan al de geestelijke zegeningen van Abraham voor hun geslacht en ook voor hun volk, voorzooverre dat volk voor het Christendom wordt gewonnen. Vandaar dat ook in Ps. 67 reeds wordt voorspeld : „De volken zullen u, o God, loven, de volken altemaal zullen U loven." Daarom zegt de Heiland ook uitdrukkelijk: „Gaat dan heen,

1) Deze gedachte wordt vooral ontwikkeld in verschillende geschriften van Dr. Hoedemaker, ook in de Bijbellezingen (Amsterdam 1877) van Dr. Ph. S. van Ronkel; zie de Opdracht aan Dr. A. Kuyper" : „Wat de Vaderlandsche Godgeleerdheid in den tijd van haren hoogsten bloei, als bijzonder eigendom en gevonden schat der geloofskennis, van elke andere bij uitnemendheid onderscheidde: de leer der Souvereine Genade Gods, verklaard in de leer der Verbonden, is mede de lijdende gedachte van mijn boek."

De verbondsgedachte is ook na Knox iets karakteristieks gebleven voor heel de Schotsche theologie. Vg. de voorrede van Dr. Bavinck voor Levensgeschiedenis en werken van R. en E. Erskine, Doesburg, Van Schenk Brill 1904: „De geschiedenis van kerk en theologie in Schotland na de Reformatie wordt geheel en al door de gedachte van het verbond (covenant) beheerscht. En in de opvatting van dat verbond zat van den aanvang af niet alleen een diep religieus, maar ook een nationaal en politiek element."

Sluiten