Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch nog niet geheel de quaestie van het onbewuste afgehandeld. Want velen nemen naast het onbewuste ook nog een onder-, mede- of zwakbewuste aan, dat uit den aard der zaak van het onbewuste zich dikwerf moeilijk onderscheiden laat, maar toch vanwege zijne belangrijkheid voor heel het zieleleven opzettelijk dient besproken te worden.

§ 2. Geschiedenis.

Aan de behandeling dezer vraagstukken ga een kort overzicht van hunne geschiedenis vooraf.4) Ofschoon de naam van het onbewuste uit den nieuweren tijd dagteekent, is de zaak min of meer vanouds bekend geweest. Evenals de menschheid intuïtief steeds het verschil inzag tusschen het levende en het levenlooze,2) zoo was zij ook te allen tijde van het onderscheid tusschen ziel en hewustzijn overtuigd. Dit blijkt daaruit, dat alle volken aan den mensch, behalve eene of meerdere zielen, die hij met planten en dieren gemeen heeft, ook nog eene hoogere ziel toekennen, die soms reeds vóór hare incorporatie heeft bestaan, na den dood in een of anderen vorm "blijft voortleven, en soms ook wel in andere lichamen overgaat; van de „Körperseele" is naar het spraakgebruik van Wundt de „Hauch"- of „Schattenseele" onderscheiden. 3) Al deze gedachten zijn uit het volksgeloof overgenomen in de philosophie, en komen dan ook zakelijk

. Verg. Von Hartmann, Philos. des Unbew. I 13—25. Id. Die moderne Psychologie. Leipzig 1901, blz. 32—125.

2) De grens tusschen beide werd, vooral bij de animistische volken, heel anders en veel ruimer getrokken dan door ons; maar het is onjuist, dat deze zoogenaamde natuurvolken die grens geheel niet kenden en alles zonder uitzondering voor levend en bezield hielden; verg. Jan ten Hove, Animisme. Theol. Tijdschrift 1914, blz. 499—513.

s) Wundt, Yölkerpsychologie II. Mythus und Religion, Zweiter Theil. Leipzig 1906, blz. 1 v.

Sluiten