Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terecht: daar is een tijd om te zoeken en een tijd om te laten verloren gaan; en God zoekt het weggedrevene, en Jezus is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Aangenaam en verrassend is een warm kleed als de koude ons bevangt en wij buiten staan. Dezen beoefenen zulks biddende en kloppende op de deur, waar zij eerst op de heup geklopt hebben en schaamrood geworden zijn, als zij met zichzelf zijn bekend geworden. Zij zullen vinden, want het beloonen ligt vast in de belofte; het is een belofte voor een zoeker en zoo vast als de belofte bij het bevel ligt, zoo zeker ligt ook de vergeving bij hun schuldbelijdenis. Hoort slechts David in Psalm 32 : 5 : Mijne zonde maakte ik U bekend, en mijne ongerechtigheid bedekte ik niet; ik zeide: Ik zal belijdenis van mijne overtredingen doen voor den Heere, en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela. Waarlijk een rustpunt om met onze gansche ziel bij neder te zinken; zoo ligt de vrijmaking ook bij de gevangenis van den zondaar, immers zoo spreekt de Heere : Hij zal den gevangenen vrijheid uitroepen.

Als Simson uitroept: Zal ik nu nog van dorst sterven en in de hand der onbesnedenen omkomen, dan is de holle plaats voor zijn aangezicht, n.1. Lechi, en de Heere hoorde en opende die. Zoo ook voor eiken strijder des geloofs, die als een besnedene des harten door den H. Geest veel te strijden heeft tegen de onbesnedenen. Als hij met het kinnebakken van dit lastdier er duizend verslagen heeft, laat de Heere ook water vlieten uit de fontein des aanroepers; en als dezen in het gericht gedaagd worden en zichzelf veroordeelen, en de hand des geloofs leggen op Gods wrekende gerechtigheid, het is om hun het groote loon voor oogen te stellen, van Hem, van wien Jesaja weleer uitriep : Zie, de Heere Heere zal komen tegen den sterke, en zijn arm zal heerschen ; zie, zijn loon is bij Hem, en zijn arbeidsloon is voor zijn aangezicht. Meer nog: om ook op diezelfde plaats de hand des geloofs te mogen leggen op het rantsoeneerende Borgwerk van Christus, waardoor hun toegeroepen wordt: Al waren uwe zonden als scharlaken, Ik zal ze maken als witte wol, en al waren ze als karmozijn, Ik zal ze maken als sneeuw. Nog eens, deze belooning ligt vast in Gods eeuwige trouw; immers, de Heere zeide tot Lot: Maak u, haast u van hier, want Ik zal niet kunnen

Sluiten