Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat waarschijnlijk den meesten aanstoot gegeven heeft: „zelfstandig oordeelen is uitgesloten."

Achter deze norsche formuleering liggen eigenlijk twee bedoelingen. Vooreerst moeten wij van weerszijden prompt weten wat wij aan elkander zullen hebben. Te ieder oogenblik zijn wij gaarne bereid tot debatteeren en discussieeren, maar nu bij deze gelegenheid niet. Gij komt hier immers niet voor discussie en debat, gij komt, als ik het wel begrijp, uit de ellende, uit de radeloosheid van uw nimmer eindigende onderwijsregelingen. Ieder is bij u ontevreden over de resultaten van uw onderwijs, en ieder wil onveranderlijk en altijd weer wat anders. En nu komt gij hier om kennis te nemen van de inrichting van ons onderwijs. Dit is, naar ik meen, de eenige en zuivere ratio van onze samenkomst.

Intusschen, ik erken dat de gebezigde uitdrukking wel wat straf en strak is, als wij daarmee niets anders te zeggen hadden. Inderdaad bedoelden wij ook nog iets anders, n.1. een scherpe afkeuring van een waanvoorstelling, die ten uwent wijd verbreid is : nagenoeg iedereen in Nederland waant zich in het bezit van een zelfstandig oordeel over allerlei zaken. Dit is werkelijk kluchtig. De Chineesche philosoof Lao-Tse heeft eens gezegd dat de beste dingen bedorven worden door naamgeving en affirmatie. Hij bedoelde dat spreken dikwerf bezoedelen, aantasten van het wezen is. ,,De duif", zegt hij, „baadt zich niet iederen dag om zich wit te maken, en de kraai verft zich niet eiken morgen om zich zwart te maken." Gij kent zijn beroemde spreuk : „de wetende spreekt niet, de sprekende weet niet." Onphilosophisch en simpel genoeg doen velen in Nederland vlak het omgekeerde: men noemt de dingen maar en dan meent men dat men ze bezit. Bij ons gaat dit alles niet zoo gemakkelijk. Het bezit van een zelfstandig oordeel geldt hier als een hoog, zelden bereikt ideaal. Immers, wie

Sluiten