Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarlijk zulk een oordeel verwierf, schuwt geen debat, ook niet met zich zelf heeft er niet op tegen ook zich zelf gedurig aan een kruisverhoor te onderwerpen. Zoo iemand vraagt naar kwetsbare punten in eigen meening en overtuiging. Zulk een geest is en blijft innerlijk open voor discussie, in de eerste plaats met zich zelf. Dit is het nobel ondogmatische, dat gepaard kan en moet gaan met het bezit van een vaste overtuiging. Voelt gij niet dat de lieden, die zoo vlot en grif kunnen spreken van ,,een zelfstandig oordeel" en dergelijke, gemakkelijk ons hoofdpijn bezorgen ?

Ik meen dat ik met het gezegde ons telegram voldoende heb toegelicht.

Anselmo. Mijnheer de Voorzitter, ik dank u hartelijk, ook namens mijn beide vrienden, voor de duidelijke uiteenzetting van uw denkbeelden, waarmee wij gaarne accoord gaan. Maar met uw welnemen, het heele telegram is nog niet toegelicht, er blijft over het pijnlijk slotzinnetje over het „mannetje".

Dr. Balthasar. 't Is waar ook, ik zou het heele slot vergeten hebben. Wel een bewijs hoezeer wij reeds ingeleefd zijn in onzen nieuwen toestand. Ik zou er vroeger niet aan gedacht hebben de familiare benaming „mannetje" te bezigen van onze jonge menschen, maar er is nu gelukkig niemand meer, die zich aan deze gemeenzaamheid stoot. Wij hebben hier inderdaad een vreeselijke intellectualistische cultuurperiode achter den rug. Het was bij ons een en al verdorring geworden, er was enkel een intellectueele cultuur, overrankt met wat esthetische bloemen, maar de echte fonteinen van het leven sprongen niet meer. Onze jongelui waren in die dagen — de gelukkige uitzonderingen niet te na gesproken — letterlijk onuitstaanbaar, 't Waren soms Uebermenschen geworden, van boven tot beneden vol torenhoog zelfbewustzijn. Wij hebben toen ge-

Sluiten