Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

materiaal onder te brengen. Sommigen dachten ook aan een locus de religione in de dogmatiek, of ook aan de apologetiek, waar men die „heidensche" godsdiensten zou kunnen behandelen, en meteen weerleggen. Met een glimlach slaan wij nu die vertoogen op, en gevoelen hoe v è r die periode van voor een halve eeuw achter ons ligt.

Doch het wantrouwen tegen wat zich in naam der godsdiensthistorie aanmeldde, kwam ook van andere zijden dan van de theologische. Archaeologen waren niet bereid op hun terrein naar dezulken te luisteren die slechts half bevoegd schenen tot medespreken. Het duurde niet lang of linguïsten bespeurden dat, heette al de vergelijkende linguistiek het fondament der vergelijkende mythologie, de linguïstiek der mythologen vaak niet die was der linguïsten zelf. Ethnologen maakten bezwaar tegen al te haastige conclusiën uit anthropologische en ethnologische gegevens getrokken. Philosophen wilden allerminst uit de nog onvolledige onderzoekingen der godsdiensthistorie een nieuwe wijsbegeerte der geschiedenis bouwen.

Tegenover hen allen stonden de godsdiensthistorici, Max Müller, Tiele, die dappere „travailleurs de la première heure", met het vaste geloof dat, zooal niet de arbeid voltooid, althans de weg gevonden, het plan in hoofdtrekken geschetst was. De oude theologie had afgedaan, — en (wat erger

Sluiten